09-08-14

de muur/het hek

De muur/het hek, standpunt Amnesty International

Thijs Buelens.

 

Op 8 december 2003 keurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie goed waarin aan het Internationaal Gerechtshof een Advisory Opinion gevraagd werd over de legaliteit van de constructie door Israël van de muur binnen de Bezette Gebieden. Het Hof concludeerde dat de muur een illegale constructie is, omdat hij leidt tot heel wat mensenrechtenschendingen. Israël meent dat het Internationaal Gerechtshof geen jurisdictie heeft over de zaak en dat het gaat om een politieke kwestie.

 

Amnesty International vindt dat de constructie van de muur door Israël binnen de bezette gebieden het internationaal recht schendt en bijdraagt tot ernstige schendingen van de mensenrechten. Bijgevolg is het volgens Amnesty passend dat deze zaak door een rechtbank wordt onderzocht en wij staan dan ook helemaal achter het advies van het Internationaal Gerechtshof.

 

In april 2002 keurde de Israëlische regering het plan goed om een muur te bouwen in bepaalde delen van de Westelijke Jordaanoever. Volgens de Israëlische autoriteiten is de muur “…  a defensive measure, designed to block the passage of terrorists, weapons and explosives into the State of Israel ...” Israël verantwoordt de muur naar buiten toe dus als een antwoord op zelfmoordaanslagen door Palestijnse gewapende groeperingen. Het enige doel van de muur zou het vrijwaren zijn van de veiligheid van Israël.

 

Feit is echter dat het grootste deel van de muur niet gebouwd wordt op de zogenaamde Green Line tussen Israël en de West Bank. Bijna negentig procent van de route van de muur ligt op Palestijns land in de Westelijke Jordaanoever, waardoor de muur Palestijnse dorpen omsingelt, gemeenschappen en families van elkaar scheidt, boeren verhindert hun land te bereiken en Palestijnen niet op hun werkplaats, scholen, ziekenhuizen en andere essentiële diensten geraken.

 

Het Internationaal Gerechtshof brengt in haar advies aan de Algemene Vergadering in herinnering hoe deze Green Line tot stand is gekomen. De vijandelijkheden van 1948-1949 leidden uiteindelijk tot een wapenstilstandslijn tussen de Israëlische en Arabische troepen, die vastgelegd werd in het algemeen wapenstilstandsakkoord van 3 april 1949 tussen Israël en Jordanië. Deze demarcatielijn is beter bekend als de Green Line. Het gebied tussen deze Green Line en de voormalige oostgrens van Palestina, toen het als mandaatgebied was toegekend aan Groot-Brittannië door de Volkenbond, werd in 1967 bezet door Israël tijdens een gewapend conflict tussen Israël en Jordanië (de Zesdaagse Oorlog). Onder internationaal gewoonterecht zijn deze gebieden (met inbegrip van Oost-Jeruzalem) dus bezette gebieden en heeft Israël er de status van bezettingsmacht.

 

De totale lengte van de muur bedraagt 650 kilometer, meer dan het dubbele van de lengte van de Groene Lijn. De muur heeft een gemiddelde breedte van 60 tot 80 meter, inclusief prikkeldraad, grachten en wegen waar tanks kunnen patrouilleren aan beide zijden van de muur. Daarbovenop komen nog additionele bufferzones of no-go areas van een variërende omvang.

 

Momenteel is ongeveer de helft van de muur afgewerkt, voornamelijk in het noorden van de West Bank en rond Jeruzalem. Indien voltooid zal de muur meer dan vijftien percent van de Westelijke Jordaanoever afscheiden van de rest van de West Bank en zullen zo’n 270.000 Palestijnen zich in gesloten militaire gebieden bevinden tussen de muur en de Groene Lijn of in enclaves omcirkeld door de muur. Nog eens 200.000 Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem zullen afgesloten zijn van de Westelijke Jordaanoever.

 

De route van de muur is uitgetekend om een groot aantal Israëlische nederzettingen in de Bezette Gebieden in te sluiten, nederzettingen die gebouwd werden en nog steeds uitgebreid worden, ondanks het feit dat ze volgens het internationaal recht illegaal zijn. Het Internationaal Gerechtshof laat er geen twijfel over bestaan: de bouw van de muur is een poging om territorium te annexeren, in strijd met het internationaal recht en een schending van het wettelijk principe dat het verwerven van territorium via het gebruik van geweld verbiedt. De de facto annexatie van land interfereert met de territoriale soevereiniteit van de Palestijnen en bijgevolg met hun recht op zelfbeschikking. In 2006 verklaarde toenmalig premier Ehud Olmert publiekelijk dat de route van de muur officiële aspiraties reflecteerde voor een toekomstige grens, wat de stelling van het Internationaal Gerechtshof lijkt te staven.

 

Het Hof noteert dat de route van de muur, zoals ze is vastgelegd door de Israëlische overheid, zo is uitgestippeld dat de ‘Closed Area’ (het deel van de West Bank tussen de muur en de Green Line) zo’n tachtig procent van de kolonisten die in de Bezette Palestijnse Gebieden wonen omvat, evenals de overgrote meerderheid van Israëlische nederzettingen in de Bezette Palestijnse Gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem. Israël voert volgens het Hof sinds 1977 een beleid dat de vestiging van nederzettingen in de Bezette Palestijnse Gebieden inhoudt, wat in strijd is met artikel 49, paragraaf 5 van de Conventie van Geneve: “de bezettende macht zal geen deel van de eigen bevolking deporteren of overbrengen naar de gebieden die het bezet houdt”. Het Hof concludeert dat de nederzettingen die in de Bezette Palestijnse Gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, zijn gebouwd, een overtreding inhouden van het internationaal recht.

 

Israël heeft het recht redelijke, noodzakelijke en proportionele maatregelen te treffen om de veiligheid van haar burgers en grenzen te garanderen, inclusief de bouw van een muur om zelfmoordaanslagen op haar grondgebied te verhinderen. Het grootste deel van de muur loopt zoals gezegd echter niet tussen Israël en de Bezette Gebieden maar in de Bezette Gebieden. De bouw van de muur in de Bezette Gebieden houdt een schending in van zowel het Internationaal Humanitair Recht als Internationale mensenrechtenverdragen, waarbij Israël partij is.

 

Het Internationaal Humanitair Recht bepaalt dat Israël, als een bezettende macht de bezette Palestijnse bevolking ten alle tijde op een humane manier moet behandelen. Veiligheidsmaatregelen moeten “noodzakelijk zijn als een gevolg van de oorlog” (artikel 27 van de Vierde Conventie van Geneve). Dit kan niet gezegd worden van de muur. De muur wordt gebouwd ten voordele van onwettige Israëlische burgernederzettingen en gaat ten koste van de Palestijnse bevolking, wiens eigendommen op onwettige wijze vernietigd en toegeëigend worden en wiens rechten geschonden worden, zaken die noch proportioneel noch noodzakelijk zijn.

 

Het verbod op discriminatie is een fundamenteel principe in verschillende verdragen die Israël geratificeerd heeft. In hun huidige vorm zijn de muur en de bijhorende restrictieve maatregelen echter inherent discriminerend. Ze zijn specifiek gericht op Palestijnen, omdat ze Palestijnen zijn, en ze zijn niet proportioneel, omdat ze worden opgelegd aan alle Palestijnen en niet op specifieke individuen, die redelijkerwijs kunnen beschouwd worden als een veiligheidsrisico. De beperkingen op bewegingsvrijheid en de verplichting een vergunning te hebben om te wonen in de enclaves die omcirkeld worden door de muur, gelden enkel voor Palestijnen en niet voor Israëli’s die in deze gebieden leven of er op bezoek komen. Artikel 12 van het ICCPR  garandeert het recht op vrijheid van beweging. Beperkingen op dit recht omwille van veiligheidsoverwegingen zijn toegelaten, maar moeten noodzakelijk, proportioneel en consistent zijn met het respect voor internationaal gegarandeerde mensenrechten, wat hier niet het geval is.

 

Het ICESCR  verplicht Israël ertoe te voorzien in de realisatie van een hele reeks basisrechten, inclusief het recht op werk, op onderwijs, op gezondheid, op een redelijke levensstandaard, op voedsel en op een familieleven. Israël moet zich, naar best vermogen, inspannen om deze rechten te realiseren. De Palestijnse bevolking van de Bezette Gebieden kan echter voor een groot deel niet genieten van deze basisrechten en dit niet omwille van natuurlijke rampen of een gebrek aan overheidscapaciteit. Deze situatie is het directe gevolg van maatregelen, inclusief de bouw van de muur, die door Israël doelbewust genomen werden en worden. Eén van de gevolgen van de muur en andere maatregelen die genomen worden door Israël om de bewegingsvrijheid van Palestijnen te beperken of verhinderen, is de creatie van werkloosheid op grote schaal. Bepaalde Palestijnse gemeenschappen bijvoorbeeld, die zich in de nabijheid van de muur bevinden zijn van exporteurs van voedsel, tot ontvangers van voedselhulp geworden. Het recht op werk is een voorwaarde voor de realisatie van een heleboel andere rechten, zoals het recht op een redelijke levensstandaard. Israël voert dus een beleid dat in tegenspraak is met de principes die ingeschreven staan in het ICESCR.

 

Duizenden Palestijnen die wonen tussen de muur en Israël moeten speciale vergunningen aanvragen om in hun huizen te mogen blijven wonen, om toegang te krijgen tot hun landbouwgrond, om naar hun werk of school te gaan, om medische verzorging te kunnen krijgen of om hun familie en vrienden te bezoeken. Diegenen die erin slagen dergelijke vergunningen te bemachtigen, een tijdrovende en gecompliceerde onderneming, worden echter nog steeds beperkt in hun bewegingsvrijheid. Vergunningen zijn voor vastgestelde periodes, gaande van één dag tot enkele maanden. Andere zijn slechts op bepaalde dagen geldig of op welbepaalde tijdstippen. Bovendien worden de checkpoints soms zonder voorafgaande verwittiging simpelweg gesloten, wegens niet nader bepaalde ‘veiligheidsredenen’.

 

In 2007 werd 'Adel 'Omar, een Palestijn die gewond raakte in een ongeval met een tractor, zo’n zeventig minuten opgehouden aan de Azzun 'Atmah doorgang van de scheidingsmuur. Na het ongeval probeerde zijn familie hem naar het al-Aqsa hospitaal in Qalqiliya te brengen, aan de andere kant van de muur. 'Adel 'Omar was in kritieke toestand en diende zo snel mogelijk medische verzorging te krijgen. De Israëlische soldaten, die door 'Adels familie in het Hebreeuws van de situatie op de hoogte waren gebracht en duidelijk konden zien hoe slecht hij er aan toe was, lieten hem echter niet onmiddellijk door. 'Adel 'Omar overleed uiteindelijk aan zijn verwondingen.

 

Om de muur te kunnen bouwen zijn grote stukken vruchtbaar Palestijns land vernietigt. Het Palestijnse land waarop de muur gebouwd is, is “tijdelijk” opgevorderd door de Israëlische autoriteiten voor “militaire doeleinden”. De opeisingen kunnen echter steeds hernieuwd worden. In werkelijkheid wordt het tijdelijk opgevorderde land gebruikt voor permanente structuren zoals nederzettingen, wegen en dus ook de muur. Het vernietigen van eigendommen door een bezettingsmacht is verboden tenzij de vernietiging absoluut noodzakelijk is voor militaire operaties. Indien dit niet het geval is, is er sprake van een oorlogsmisdaad.

 

Voor honderdduizenden Palestijnen in nabijgelegen dorpen en steden heeft de muur zeer ernstige economische en sociale gevolgen. Het vruchtbare land in de omgeving van de muur kan niet op een degelijke manier gecultiveerd en geëxploiteerd worden, gezien de strenge beperkingen die werden opgelegd aan de inwoners en landbouwers in het gebied. De poorten die landbouwers die autorisatie hebben, toegang geven tot hun land liggen ver uit elkaar en zijn slechts gedurende twee of drie momenten op de dag voor een half uur open. Soldaten die de poorten moeten openen zijn vaak te laat. Bovendien zijn de landbouwers verplicht zich te voet naar hun land te begeven. Tractors worden slechts in uitzonderlijke gevallen toegelaten, men moet er een speciale en bijkomende vergunning voor aanvragen. Het traject van de muur zorgt er ook voor dat heel wat wegen tussen dorpen werden afgesloten, waardoor men zijn toevlucht moet zoeken tot alternatieve routes, die veel meer tijd in beslag nemen. Hierdoor wordt o.a. de handel ontmoedigd. Belangrijke waterbronnen, die essentieel zijn voor de Palestijnse landbouw, bevinden zich ten gevolge van de bouw van de muur, buiten het bereik van de Palestijnen.

 

Itaf Ahmad Sa'id Khaled woont samen met haar echtgenoot en zes kinderen in Jayyus. De familie bezit landbouwgrond ten westen van de muur en heeft dus een vergunning nodig om haar land te kunnen bewerken. Voor 2005 kregen Itaf, haar echtgenoot en drie van haar zoons vergunningen, maar deze werden omwille van ‘veiligheidsredenen’ ingetrokken. Enkel Itaf kreeg nog een vergunning, maar zij kan onmogelijk in haar eentje al het land bewerken. Op deze manier wordt het de familie onmogelijk gemaakt te voorzien in hun levensonderhoud. Spijtig genoeg verkeren vele Palestijnse gezinnen, die voor de bouw van de muur goed rondkwamen, in dezelfde situatie als Itaf en haar familie. De muur vertaalt zich in een aanzienlijke achteruitgang van hun sociaal-economische situatie.

 

Isolatie, huisvernietigingen, landonteigeningen, sociaal-economische achteruitgang en de onmogelijkheid een normaal leven te leiden, zijn dus de praktische gevolgen van de huidige route van de muur.

 

In haar Advisory Opinion komt het Internationaal Gerechtshof dan ook tot de conclusie dat de constructie van de muur door het Israëlische leger in de Westelijke Jordaanoever het internationaal humanitair recht en internationale mensenrechten schendt. Een overweldigende meerderheid van VN lidstaten keurde na het arrest van het Internationaal Gerechtshof resolutie ES-10/15 van de Algemene Vergadering goed, die Israël oproept te handelen in lijn met de opinie van het Hof. Resoluties van de Algemene Vergadering hebben echter geen bindende kracht. Het Hof concludeerde eveneens dat Israël de plicht heeft de schade, veroorzaakt door de muur te vergoeden,. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties richtte in 2006 UNROD in, het VN Schaderegister, om de Palestijnen in de mogelijkheid te stellen schadeclaims in te dienen. Israël gaat echter verder met de bouw van de muur.

 

Amnesty International roept Israël op de bouw van de muur stop te zetten, de reeds gebouwde delen af te breken en te voorzien in een vergoeding voor de geleden schade. De muur/het hek Op 8 december 2003 keurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie goed waarin aan het Internationaal Gerechtshof een Advisory Opinion gevraagd werd over de legaliteit van de constructie door Israël van de muur binnen de Bezette Gebieden. Het Hof concludeerde dat de muur een illegale constructie is, omdat hij leidt tot heel wat mensenrechtenschendingen. Israël meent dat het Internationaal Gerechtshof geen jurisdictie heeft over de zaak en dat het gaat om een politieke kwestie.Amnesty International vindt dat de constructie van de muur door Israël binnen de bezette gebieden het internationaal recht schendt en bijdraagt tot ernstige schendingen van de mensenrechten. Bijgevolg is het volgens Amnesty passend dat deze zaak door een rechtbank wordt onderzocht en wij staan dan ook helemaal achter het advies van het Internationaal Gerechtshof.In april 2002 keurde de Israëlische regering het plan goed om een muur te bouwen in bepaalde delen van de Westelijke Jordaanoever. Volgens de Israëlische autoriteiten is de muur “… a defensive measure, designed to block the passage of terrorists, weapons and explosives into the State of Israel ...” Israël verantwoordt de muur naar buiten toe dus als een antwoord op zelfmoordaanslagen door Palestijnse gewapende groeperingen. Het enige doel van de muur zou het vrijwaren zijn van de veiligheid van Israël.Feit is echter dat het grootste deel van de muur niet gebouwd wordt op de zogenaamde Green Line tussen Israël en de West Bank. Bijna negentig procent van de route van de muur ligt op Palestijns land in de Westelijke Jordaanoever, waardoor de muur Palestijnse dorpen omsingelt, gemeenschappen en families van elkaar scheidt, boeren verhindert hun land te bereiken en Palestijnen niet op hun werkplaats, scholen, ziekenhuizen en andere essentiële diensten geraken. Het Internationaal Gerechtshof brengt in haar advies aan de Algemene Vergadering in herinnering hoe deze Green Line tot stand is gekomen. De vijandelijkheden van 1948-1949 leidden uiteindelijk tot een wapenstilstandslijn tussen de Israëlische en Arabische troepen, die vastgelegd werd in het algemeen wapenstilstandsakkoord van 3 april 1949 tussen Israël en Jordanië. Deze demarcatielijn is beter bekend als de Green Line. Het gebied tussen deze Green Line en de voormalige oostgrens van Palestina, toen het als mandaatgebied was toegekend aan Groot-Brittannië door de Volkenbond, werd in 1967 bezet door Israël tijdens een gewapend conflict tussen Israël en Jordanië (de Zesdaagse Oorlog). Onder internationaal gewoonterecht zijn deze gebieden (met inbegrip van Oost-Jeruzalem) dus bezette gebieden en heeft Israël er de status van bezettingsmacht. De totale lengte van de muur bedraagt 650 kilometer, meer dan het dubbele van de lengte van de Groene Lijn. De muur heeft een gemiddelde breedte van 60 tot 80 meter, inclusief prikkeldraad, grachten en wegen waar tanks kunnen patrouilleren aan beide zijden van de muur. Daarbovenop komen nog additionele bufferzones of no-go areas van een variërende omvang.Momenteel is ongeveer de helft van de muur afgewerkt, voornamelijk in het noorden van de West Bank en rond Jeruzalem. Indien voltooid zal de muur meer dan vijftien percent van de Westelijke Jordaanoever afscheiden van de rest van de West Bank en zullen zo’n 270.000 Palestijnen zich in gesloten militaire gebieden bevinden tussen de muur en de Groene Lijn of in enclaves omcirkeld door de muur. Nog eens 200.000 Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem zullen afgesloten zijn van de Westelijke Jordaanoever.De route van de muur is uitgetekend om een groot aantal Israëlische nederzettingen in de Bezette Gebieden in te sluiten, nederzettingen die gebouwd werden en nog steeds uitgebreid worden, ondanks het feit dat ze volgens het internationaal recht illegaal zijn. Het Internationaal Gerechtshof laat er geen twijfel over bestaan: de bouw van de muur is een poging om territorium te annexeren, in strijd met het internationaal recht en een schending van het wettelijk principe dat het verwerven van territorium via het gebruik van geweld verbiedt. De de facto annexatie van land interfereert met de territoriale soevereiniteit van de Palestijnen en bijgevolg met hun recht op zelfbeschikking. In 2006 verklaarde toenmalig premier Ehud Olmert publiekelijk dat de route van de muur officiële aspiraties reflecteerde voor een toekomstige grens, wat de stelling van het Internationaal Gerechtshof lijkt te staven. Het Hof noteert dat de route van de muur, zoals ze is vastgelegd door de Israëlische overheid, zo is uitgestippeld dat de ‘Closed Area’ (het deel van de West Bank tussen de muur en de Green Line) zo’n tachtig procent van de kolonisten die in de Bezette Palestijnse Gebieden wonen omvat, evenals de overgrote meerderheid van Israëlische nederzettingen in de Bezette Palestijnse Gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem. Israël voert volgens het Hof sinds 1977 een beleid dat de vestiging van nederzettingen in de Bezette Palestijnse Gebieden inhoudt, wat in strijd is met artikel 49, paragraaf 5 van de Conventie van Geneve: “de bezettende macht zal geen deel van de eigen bevolking deporteren of overbrengen naar de gebieden die het bezet houdt”. Het Hof concludeert dat de nederzettingen die in de Bezette Palestijnse Gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, zijn gebouwd, een overtreding inhouden van het internationaal recht.Israël heeft het recht redelijke, noodzakelijke en proportionele maatregelen te treffen om de veiligheid van haar burgers en grenzen te garanderen, inclusief de bouw van een muur om zelfmoordaanslagen op haar grondgebied te verhinderen. Het grootste deel van de muur loopt zoals gezegd echter niet tussen Israël en de Bezette Gebieden maar in de Bezette Gebieden. De bouw van de muur in de Bezette Gebieden houdt een schending in van zowel het Internationaal Humanitair Recht als Internationale mensenrechtenverdragen, waarbij Israël partij is.Het Internationaal Humanitair Recht bepaalt dat Israël, als een bezettende macht de bezette Palestijnse bevolking ten alle tijde op een humane manier moet behandelen. Veiligheidsmaatregelen moeten “noodzakelijk zijn als een gevolg van de oorlog” (artikel 27 van de Vierde Conventie van Geneve). Dit kan niet gezegd worden van de muur. De muur wordt gebouwd ten voordele van onwettige Israëlische burgernederzettingen en gaat ten koste van de Palestijnse bevolking, wiens eigendommen op onwettige wijze vernietigd en toegeëigend worden en wiens rechten geschonden worden, zaken die noch proportioneel noch noodzakelijk zijn.Het verbod op discriminatie is een fundamenteel principe in verschillende verdragen die Israël geratificeerd heeft. In hun huidige vorm zijn de muur en de bijhorende restrictieve maatregelen echter inherent discriminerend. Ze zijn specifiek gericht op Palestijnen, omdat ze Palestijnen zijn, en ze zijn niet proportioneel, omdat ze worden opgelegd aan alle Palestijnen en niet op specifieke individuen, die redelijkerwijs kunnen beschouwd worden als een veiligheidsrisico. De beperkingen op bewegingsvrijheid en de verplichting een vergunning te hebben om te wonen in de enclaves die omcirkeld worden door de muur, gelden enkel voor Palestijnen en niet voor Israëli’s die in deze gebieden leven of er op bezoek komen. Artikel 12 van het ICCPR garandeert het recht op vrijheid van beweging. Beperkingen op dit recht omwille van veiligheidsoverwegingen zijn toegelaten, maar moeten noodzakelijk, proportioneel en consistent zijn met het respect voor internationaal gegarandeerde mensenrechten, wat hier niet het geval is.Het ICESCR verplicht Israël ertoe te voorzien in de realisatie van een hele reeks basisrechten, inclusief het recht op werk, op onderwijs, op gezondheid, op een redelijke levensstandaard, op voedsel en op een familieleven. Israël moet zich, naar best vermogen, inspannen om deze rechten te realiseren. De Palestijnse bevolking van de Bezette Gebieden kan echter voor een groot deel niet genieten van deze basisrechten en dit niet omwille van natuurlijke rampen of een gebrek aan overheidscapaciteit. Deze situatie is het directe gevolg van maatregelen, inclusief de bouw van de muur, die door Israël doelbewust genomen werden en worden. Eén van de gevolgen van de muur en andere maatregelen die genomen worden door Israël om de bewegingsvrijheid van Palestijnen te beperken of verhinderen, is de creatie van werkloosheid op grote schaal. Bepaalde Palestijnse gemeenschappen bijvoorbeeld, die zich in de nabijheid van de muur bevinden zijn van exporteurs van voedsel, tot ontvangers van voedselhulp geworden. Het recht op werk is een voorwaarde voor de realisatie van een heleboel andere rechten, zoals het recht op een redelijke levensstandaard. Israël voert dus een beleid dat in tegenspraak is met de principes die ingeschreven staan in het ICESCR.Duizenden Palestijnen die wonen tussen de muur en Israël moeten speciale vergunningen aanvragen om in hun huizen te mogen blijven wonen, om toegang te krijgen tot hun landbouwgrond, om naar hun werk of school te gaan, om medische verzorging te kunnen krijgen of om hun familie en vrienden te bezoeken. Diegenen die erin slagen dergelijke vergunningen te bemachtigen, een tijdrovende en gecompliceerde onderneming, worden echter nog steeds beperkt in hun bewegingsvrijheid. Vergunningen zijn voor vastgestelde periodes, gaande van één dag tot enkele maanden. Andere zijn slechts op bepaalde dagen geldig of op welbepaalde tijdstippen. Bovendien worden de checkpoints soms zonder voorafgaande verwittiging simpelweg gesloten, wegens niet nader bepaalde ‘veiligheidsredenen’.In 2007 werd 'Adel 'Omar, een Palestijn die gewond raakte in een ongeval met een tractor, zo’n zeventig minuten opgehouden aan de Azzun 'Atmah doorgang van de scheidingsmuur. Na het ongeval probeerde zijn familie hem naar het al-Aqsa hospitaal in Qalqiliya te brengen, aan de andere kant van de muur. 'Adel 'Omar was in kritieke toestand en diende zo snel mogelijk medische verzorging te krijgen. De Israëlische soldaten, die door 'Adels familie in het Hebreeuws van de situatie op de hoogte waren gebracht en duidelijk konden zien hoe slecht hij er aan toe was, lieten hem echter niet onmiddellijk door. 'Adel 'Omar overleed uiteindelijk aan zijn verwondingen.Om de muur te kunnen bouwen zijn grote stukken vruchtbaar Palestijns land vernietigt. Het Palestijnse land waarop de muur gebouwd is, is “tijdelijk” opgevorderd door de Israëlische autoriteiten voor “militaire doeleinden”. De opeisingen kunnen echter steeds hernieuwd worden. In werkelijkheid wordt het tijdelijk opgevorderde land gebruikt voor permanente structuren zoals nederzettingen, wegen en dus ook de muur. Het vernietigen van eigendommen door een bezettingsmacht is verboden tenzij de vernietiging absoluut noodzakelijk is voor militaire operaties. Indien dit niet het geval is, is er sprake van een oorlogsmisdaad.Voor honderdduizenden Palestijnen in nabijgelegen dorpen en steden heeft de muur zeer ernstige economische en sociale gevolgen. Het vruchtbare land in de omgeving van de muur kan niet op een degelijke manier gecultiveerd en geëxploiteerd worden, gezien de strenge beperkingen die werden opgelegd aan de inwoners en landbouwers in het gebied. De poorten die landbouwers die autorisatie hebben, toegang geven tot hun land liggen ver uit elkaar en zijn slechts gedurende twee of drie momenten op de dag voor een half uur open. Soldaten die de poorten moeten openen zijn vaak te laat. Bovendien zijn de landbouwers verplicht zich te voet naar hun land te begeven. Tractors worden slechts in uitzonderlijke gevallen toegelaten, men moet er een speciale en bijkomende vergunning voor aanvragen. Het traject van de muur zorgt er ook voor dat heel wat wegen tussen dorpen werden afgesloten, waardoor men zijn toevlucht moet zoeken tot alternatieve routes, die veel meer tijd in beslag nemen. Hierdoor wordt o.a. de handel ontmoedigd. Belangrijke waterbronnen, die essentieel zijn voor de Palestijnse landbouw, bevinden zich ten gevolge van de bouw van de muur, buiten het bereik van de Palestijnen.Itaf Ahmad Sa'id Khaled woont samen met haar echtgenoot en zes kinderen in Jayyus. De familie bezit landbouwgrond ten westen van de muur en heeft dus een vergunning nodig om haar land te kunnen bewerken. Voor 2005 kregen Itaf, haar echtgenoot en drie van haar zoons vergunningen, maar deze werden omwille van ‘veiligheidsredenen’ ingetrokken. Enkel Itaf kreeg nog een vergunning, maar zij kan onmogelijk in haar eentje al het land bewerken. Op deze manier wordt het de familie onmogelijk gemaakt te voorzien in hun levensonderhoud. Spijtig genoeg verkeren vele Palestijnse gezinnen, die voor de bouw van de muur goed rondkwamen, in dezelfde situatie als Itaf en haar familie. De muur vertaalt zich in een aanzienlijke achteruitgang van hun sociaal-economische situatie.Isolatie, huisvernietigingen, landonteigeningen, sociaal-economische achteruitgang en de onmogelijkheid een normaal leven te leiden, zijn dus de praktische gevolgen van de huidige route van de muur.In haar Advisory Opinion komt het Internationaal Gerechtshof dan ook tot de conclusie dat de constructie van de muur door het Israëlische leger in de Westelijke Jordaanoever het internationaal humanitair recht en internationale mensenrechten schendt. Een overweldigende meerderheid van VN lidstaten keurde na het arrest van het Internationaal Gerechtshof resolutie ES-10/15 van de Algemene Vergadering goed, die Israël oproept te handelen in lijn met de opinie van het Hof. Resoluties van de Algemene Vergadering hebben echter geen bindende kracht. Het Hof concludeerde eveneens dat Israël de plicht heeft de schade, veroorzaakt door de muur te vergoeden,. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties richtte in 2006 UNROD in, het VN Schaderegister, om de Palestijnen in de mogelijkheid te stellen schadeclaims in te dienen. Israël gaat echter verder met de bouw van de muur.Amnesty International roept Israël op de bouw van de muur stop te zetten, de reeds gebouwde delen af te breken en te voorzien in een vergoeding voor de geleden schade.

08:02 Gepost door Doornroosje in Actualiteit, Liefde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-05-13

beetje schaduw

beetje schaduw.JPG   

luilakken.JPG

12:38 Gepost door Doornroosje in Liefde, natuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-04-13

zalig :-)

P4170016.JPG

18:11 Gepost door Doornroosje in Liefde, natuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

bloemetjes op de rivier bis

4252320378.2.JPG

allesinds geen vervuild water:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ranunculus_aquatilis

dat was de beginjaren, de hele rivier is wit nu, en een concert van heel veel kikkers.

 

P4170002.JPG   

P4170006.JPG   

P4170007.JPG   

P4170008.JPG   

P4170010.JPG   

P4170013.JPG

13-04-13

de natuur, de ruimte is mijn rijkdom

rijkdom.JPG

01-06-09

avond

avond

21:54 Gepost door Doornroosje in Liefde, natuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-02-08

Vermogen

Als je de kern van je aard ontdekt en weet wie je eigenlijk bent, ligt in die wetenschap zelf het vermogen besloten om elke droom die je hebt te verwezenlijken, want je bent de eeuwige mogelijkheid, het onmetelijke potentieel van alles wat was, is en zal zijn.
- Deepak Chopra -

11:46 Gepost door Doornroosje in Liefde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-01-08

Geven

Liefde is geen werkwoord

Liefde geven gaat vanzelf

11:50 Gepost door Doornroosje in Liefde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-01-08

Liefde

We verwarren vaak geluk met genot, schrijft Deepak Chopra in ‘Leven in Liefde’.Genot is een soort geluksgevoel dat we krijgen door wat de zintuigen ons aanbieden. Een mooi schilderij, muziek, een natuurverschijnsel, de huid van onze geliefde. Het kenmerk van genot is dat het geen stand houdt. Het verdwijnt altijd weer. De muziek waar we zo van genoten gaat ons vervelen, het uitzicht wordt gewoon, het gezicht van onze geliefde waar we zo door geroerd werden zijn we zo aan gewend dat het ons niet meer opvalt. Werkelijk geluk is een zijns-toestand, werkelijk geluk is leven vanuit een diep gevoelde liefde. Het wordt niet door iets in de buitenwereld bij ons opgeroepen, het gaat van ons uit naar die buitenwereld, wij bezien mensen en dingen vanuit een liefdevol hart.

18:39 Gepost door Doornroosje in Liefde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |