01-02-15

:-)

10494820_429475777209167_3253308086140787845_n.jpg

12:32 Gepost door Doornroosje in Actualiteit, Algemeen, doordenker, politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-01-15

Podemos - We kunnen

1012448_425928984230513_393698669164672033_n.jpg

 

El Gobierno se empeña en mirar para otro lado mientras la ciudadanía se organiza para solucionar los problemas para los que ellos no tienen respuestas. Este año vamos a demostrar que sí hay alternativas: un gobierno por y para la gente no sólo es posible, sino que es también urgente.

12:18 Gepost door Doornroosje in Actualiteit, doordenker, politiek, rijkdom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-01-15

http://www.knack.be/nieuws/wereld/de-grieken-zijn-de-tijl-uilenspiegels-van-vandaag/article-opinion-522697.html

'Eurozone's weakest link is the voters', zo titelde de Financial Times op de voorlaatste dag van 2014 over de opmars van Syriza in Griekenland en Podemos in Spanje. 'De zwakste schakel in Europa zijn de kiezers', en dat is zo omdat ze de opgelegde parameters van het debat verlaten. Niet in de eerste plaats om grote ideologische redenen, maar wel omdat zij in hun dagelijks leven zien dat de absurde besparingsmaatregelen hen in een zesjarige-depressie hebben gebracht. Als de kiezers centrumliberaal stemmen, in welke scharkering ook, dat is dat een moment van waardigheid in een democratie. Maar o wee, wanneer de kiezers buiten het centrumliberalisme durven denken. Dan is de waardigheid van de kiezer geen eurocent meer waard, en dan kruipt uit alle kelders van het establishment een diepgewortelde minachting voor het democratisch proces naar boven. En terwijl de kindersterfte in Griekenland onrustwekkende proporties aanneemt roepen zij 'extremisten' en 'populisten' naar de enige grote partij die de sociale zekerheid op het schiereiland wil heropbouwen en versterken. "Tsipras zegt iets dat zinnig is.", schijft de editorialist van The Guardian op 30 december. "In de ogen van diegenen die met angst kijken naar zijn mogelijke verkiezing, bestaat zijn politieke misdaad erin dat hij de waarheid vertelt. Griekenland kan haar schulden in de Eurozone niet betalen. En dat is al langer duidelijk."

13:55 Gepost door Doornroosje in Actualiteit, doordenker, politiek, rijkdom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

zonder woorden ...

1476256_425493190940759_3333806483127929115_n.jpg

12:52 Gepost door Doornroosje in Actualiteit, Algemeen, doordenker, politiek, rijkdom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-01-15

Made in Vlaanderen: een garderobe uit eigen streek.

07 februari 2012

http://www.lowtechmagazine.be/2012/02/made-in-vlaanderen-een-garderobe-uit-eigen-streek.html

Een lokale, veerkrachtige economie draait om meer dan alleen maar voedsel en energie. Rebecca Burgess stampte in Californië op een jaar tijd een alternatieve, regionale distributieketen voor textiel en kleding uit de grond. Dankzij een uniek verbond van landbouwers, herders, ontwerpers, kleermakers en consumenten werd de geglobaliseerde textiel- en mode-industrie een hak gezet. Hetzelfde systeem kan ook op vele andere consumentengoederen worden toegepast.

Nog niet zo heel lang geleden werd een groot deel van wat we in de winkel konden kopen lokaal of regionaal geproduceerd: voedsel, kleding, meubels, bouwmaterialen, elektrische apparaten, noem maar op. Vandaag komen al deze producten meestal van ver weg. Niet omdat dat betere producten oplevert, maar omdat het veel goedkoper is: onze spullen worden gemaakt in landen waar arbeid haast niets kost en waar niemand zeurt over milieuvervuiling. Dat levert de fabrikanten meer winst op en de klanten meer producten - globalisering heeft alles goedkoper gemaakt.

Maar de duistere kant van dat succesverhaal - slavenarbeid, ecologische rampspoed, sociale ontwrichting - zien we niet. Bovendien steunt het hele systeem op een continue toevoer van grote hoeveelheden goedkope fossiele brandstoffen. Zonder goedkope scheepsbrandstof, geen goedkope t-shirts uit Cambodia. Zonder goedkope kerosine, geen goedkope boontjes uit Afrika. Met andere woorden: als er op een dag een (tijdelijk) einde komt aan de toevoer van goedkope fossiele brandstoffen, zijn we de pineut.

Werk in eigen streek

Het zou dus geen slecht idee zijn om alvast levensnoodzakelijke producten opnieuw dichter bij huis te produceren. Dat zou onze samenleving beter bestand maken tegen een onderbreking in de globale distributieketen omwille van oorlog, politiek spierballengerol, noodweer of ander onheil. We zouden ook flink wat olie besparen omdat lokaal gefabriceerde producten over veel kortere afstanden worden vervoerd. Lokale productie brengt ook jobs met zich mee. Bovendien zouden we de ogen niet kunnen sluiten voor de sociale en ecologische omstandigheden van het productieproces. Het logische nadeel is dat producten een stuk duurder zouden worden. Belgen en Nederlanders zijn niet bereid te werken voor 1 euro per dag.

Op dit moment kan lokale productie op economisch vlak onmogelijk concurreren met het globale productiesysteem, dat altijd goedkoper kan leveren - ondanks de grote afstand. Politieke maatregelen zouden daar verandering in kunnen brengen, al lijkt het niet verstandig om daar op te gaan zitten wachten. Maar consumenten kunnen ook het heft in eigen handen nemen met de oprichting van een coöperatie: ze investeren samen in lokale productie omdat ze daar de (niet-materiële) voordelen van in zien.

Door de gemeenschap ondersteunde boerderijen

Zowel in België als in Nederland zijn op die manier al verschillende initiatieven gestart waarbij consumenten en landbouwers samen een alternatieve productie- en distributieketen opzetten voor landbouwgewassen (groenten, fruit, vlees, brood, zuivel). De boeren garanderen de consumenten (organisch geteeld) voedsel en de consumenten garanderen de boeren een afzetmarkt, en dus een inkomen.

Veel van deze initiatieven zijn gegroepeerd onder de term "community supported agriculture" of CSA. Wereldwijd zijn er sinds 1984 zo'n 17.000 van deze boerderijen opgericht, vooral in de Verenigde Staten. In Vlaanderen dook de eerste CSA-boerderij pas op in 2007, maar intussen zijn er al negen.

Bij deze initiatieven gaat de steun die de consument aan de boerderij verleent, soms verder dan alleen maar het garanderen van een afzetmarkt. Er wordt bijvoorbeeld ook meegeholpen bij de oogst of het wieden van onkruid - omwille van het sterk seizoensgebonden karakter is het voor een landbouwer soms erg moeilijk om voor de oogst en het wieden voldoende werkkrachten te vinden. Ook de Belgische voedselteamsbrengen consumenten en landbouwers samen.

In Nederland zijn gelijkaardige initiatieven ook onder andere benamingen opgericht, zoalsPergola of de Groene Volksverzekering. Deze scriptie(pdf) geeft een mooi overzicht van de Nederlandse situatie in 2008.

Regionale kledingproductie

Dezelfde organisatiestructuur kan echter op veel andere producten worden toegepast. Dan hebben we het over "community supported manufacturing", door consumenten gesteunde productie van allerlei goederen. Je moet dus niet per se groenten of fruit kweken om je schouders onder een duurzame economie te zetten. Er is ook ruimte voor andere vaardigheden en talenten.

Een mooi voorbeeld hiervan is het "Fibershed"-project, dat eind 2010 van start ging. Initiatiefneemster Rebecca Burgess stelde zich de uitdaging om een jaar lang alleen maar kleding te dragen die binnen een straal van 150 mijl (240 kilometer) was geproduceerd.

Het betreft dan zowel de productie van de grondstoffen (wol, organisch katoen, natuurlijke kleurstoffen), de bewerking van het textiel, en het ontwerpen en maken van de kleding.

Kennis en machines zijn weg

Dat klinkt allemaal makkelijker dan het is. Vrijwel alles wat we tegenwoordig dragen is aan elkaar genaaid in een atelier in Azië. Westerse landen hebben wel kledingontwerpers, maar maken al decennia zelf geen confectiekleding meer. Niet alleen de kennis maar zelfs de technologie is verdwenen. De deelnemers aan het Fibershed-project slaagden er niet in om moderne machines te vinden voor de productie van kleding.

Ze vielen voor het meeste werk dan maar terug op grootmoeders middelen: spinnewielen, breinaalden, weefgetouwen. Jane Deamer, een oude dame die nog over textielmachines beschikte, werd een onmisbare schakel in de regionale productieketen. Katharine Jolda, een andere deelneemster, maakte ook zelf een machine: eenpedaalaangedreven kaarder voor het bewerken van ruwe wol of katoen.

Ondanks de moeilijkheden slaagde het project in zijn opzet. Op een jaar tijd ontstond een regionale productie- en distibutieketen die kledingontwerpers uit het hippe en stedelijke San Francisco verbond met landbouwers, veehouders en ambachtslui van het omringende platteland.

Er werd kleding gemaakt van organisch katoen en van de vacht van schapen, geiten, konijnen en alpaca's. Kleurstoffen werden gehaald uit inheemse planten (vooral bloemen) die speciaal voor het project werden ingezaaid. Alle deelnemers brachten hun eigen, specifieke talenten mee, wat Rebecca een zeer gevarieerde garderobe opleverde - inclusief ondergoed, een regenjas en accessoires.

Natuurlijk bewijst het succes van Fibershed nog niet dat een regio op die manier voldoende kleding kan produceren voor een lokale gemeenschap. Wel laat het zien dat we in staat zijn om behoorlijk snel een alternatief systeem op te bouwen voor een kwetsbaar globaal model - en dat zoiets heel veel enthousiasme opwekt bij de deelnemers. Hoewel het project officieel is afgelopen, blijven alle deelnemers actief en werd een online marktplaats opgericht waarop ze hun waren en talenten aanbieden.

Wie geregeld bij H&M binnenwandelt, zal opkijken van de prijzen: goedkoop is lokaal geproduceerde kleding niet. Maar deze prijzen zijn uiteraard realistischer dan de kunstmatig lage prijzen die we nu betalen - een katoenen t-shirt kan alleen maar voor 5 euro worden verkocht omdat die prijs gebaseerd is op uitbuiting, milieuschade en goedkope scheepsbrandstof.

Wie lokaal geproduceerde kleding koopt, zal dus minder kleding kunnen kopen. Dat vloekt uiteraard met het zakenmodel van de mode-industrie, die haar uiterste best doet om ons er elk seizoen van te overtuigen dat wat er in onze kleerkast hangt, hopeloos ouderwets is.

Opvallend is dat de online winkel van Fibershed ook lokale consumptie aanmoedigt: de klant komt bij voorkeur uit de buurt. Zoniet wordt er opnieuw transport over lange afstand geïntroduceerd. Iedere regio moet dus zijn eigen systeem opzetten. Het Fibershed-project kreeg intussen navolging in een zestal andere Amerikaanse staten.

Herders

Ook in Europa bestaat een zeer gelijkaardig project: Obrador Xisqueta in de Spaanse Pyreneeën (Xisqueta is een schapenras, obrador betekent werkplaats). Het initiatief - een verbond tussen herders en kleermakers - bestaat al sinds 2008 en heeft ook eenonline winkel. De Pyreneeën hebben altijd herders gekend, maar sinds de globalisering van de wolhandel is hun toekomst in gevaar: het scheren van de schapen kost nu meer dan wat de wol op de wereldmarkt oplevert. De schapen worden gehouden voor de kaas en het vlees, maar de wol wordt vaak weggegooid. Tenzij consumenten er de waarde van inzien en bereid zijn meer te betalen voor een lokaal product.

Kledingproductie in België en Nederland

Soortgelijke projecten zouden ook in België en Nederland kunnen worden opgezet (beknopte handleiding). Uiteraard heeft elke regio zijn sterktes en zwaktes, en zijn eigen specialiteiten. België produceert bijvoorbeeld nog steeds veel vlas, een grondstof voor linnen. Het grootste deel daarvan wordt, vaak na een eerste bewerking, uitgevoerd naar China. Daar wordt het tot lakens en kleding verwerkt, die dan vervolgens (onder andere) opnieuw in België op de markt komen.

Die omweg levert goedkopere producten op, maar ook alle eerder besproken nadelen. Die schakel in het productieproces lokaal uitvoeren zou ons werkgelegenheid opleveren en ons dwingen om de bewerking van het linnen milieuvriendelijk uit te voeren - deecologische schade die de textielindustrie aanricht in de derde wereld wordt bij ons immers niet aanvaard.

Lokaal geproduceerde zonnepanelen?

Er zouden ook lokale productie- en distributieketens kunnen worden opgezet voor andere gebruiksgoederen, zoals meubels, cosmetica of schoonmaakmiddelen. Lokaal gesteunde reperatiecentra zijn ook haalbaar en bijzonder nuttig. Natuurlijk is een honderd procent lokale of regionale economie een illusie. De internationale handel is geen uitvinding van de Industriële Revolutie. Er zijn nu eenmaal grondstoffen en producten die alleen maar in bepaalde gebieden te vinden zijn. Je kan bijvoorbeeld geen koffie telen in Belgie of Nederland. Ook een door consumenten gesteunde, lokale productie van zonnepanelen of computerchips zal niet voor morgen zijn, omdat de fabricage ervan erg complex is en exotische grondstoffen vraagt.

Kris De Decker

17-01-15

Zelfbestuur Marinaleda

Spaans dorp immuun voor crisis.

Ook vandaag heeft Spanje het zwaar. De rente schiet opnieuw boven de zes procent. Economen vrezen dat Spanje de eurozone en de euro opnieuw aan het wankelen brengt. Maar het Andalusische dorpje Marinaleda biedt dapper weerstand aan de crisis. De gemeente met 2700 inwoners lijkt ongevoelig voor de enorme problemen waar andere Spaanse dorpen mee geconfronteerd worden. Europacorrespondent Saskia Dekkers doet samen met VRT-collega Sven Tuytens verslag.

Marinaleda wordt al sinds 1979 geleid door de charismatische burgemeester Sanchez Gordillo. Ooit was hij de jongste burgervader van Spanje. De afgelopen jaren is hij bij elke verkiezing met een grote meerderheid herkozen.

In Marinaleda is geen politie, een huis bezitten kost er vijftien euro per maand, kinderopvang twaalf euro per maand, het gebruik van de fitnesszaal twee euro.

Coöperatie

De grond van het dorp, 1200 hectare groot, was oorspronkelijk eigendom van een hertog, de vierde grootgrondbezitter van Spanje. Nu is het in bezit van een coöperatie waar de inwoners samen verantwoordelijkheid voor dragen. De voornaamste inkomsten van het dorp komen uit landbouw.

De solidaire aanpak van het dorp werpt nu zijn vruchten af. Waar vijfduizend Spaanse gemeenten noodsteun nodig hebben door de crisis, heeft Marinaleda de begroting op orde en een lage werkloosheid: twee tot drie procent, terwijl in de rest van Andalusië zo'n dertig procent werk zoekt.

http://nieuwsuur.nl/onderwerp/362897-spaans-dorp-immuun-voor-crisis.html

https://www.youtube.com/watch?v=8rlqT4NPM9E

12:11 Gepost door Doornroosje in Actualiteit, doordenker, politiek, rijkdom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-01-15

hihi

podemos.jpg

Podemos

14:56 Gepost door Doornroosje in Actualiteit, doordenker, politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-01-15

In Spanje herrijst Occupy in Podemos

podemos 1

Een jonge partij van progressieve activisten maakt in Spanje furore. Volgens peilingen is Podemos momenteel opgeklommen tot de derde partij van het land.

     door Hector Reban

Tijdens de Europese Parlementsverkiezingen in mei 2014 behaalde de kersverse partij 5 van de 54 voor Spanje beschikbare zetels in het Europees Parlement. Podemos (letterlijk: ‘wij kunnen’), opgericht in maart van dit jaar, heeft de gevestigde orde in Spanje dan ook behoorlijk aan het schrikken gebracht. De partij komt voort uit de Indignados (‘de furieuzen’), de Spaanse pedant van Occupy, een wereldwijde protestbeweging die zich in 2011-2012 in het kader van de bankencrisis richtte tegen de economische en sociale ongelijkheid.

Podemos zet zich af tegen de bezuinigingsmaatregelen die de Spaanse regering in opdracht van de Europese Centrale Bank (ECB) uitvoert. Men hamert op de hypocrisie van de twee grote partijen Partido Popular (PP, conservatieven, de Spaanse VVD/CDA) en PSOE (Partido Socialista Obrero de España, de Spaanse PvdA) en levert in scherpe taal kritiek op de corruptie die de politiek in haar greep houdt. De politiek zou gericht moeten zijn op het oplossen van de problemen van de crisis voor gewone mensen, met name huisuitzettingen en jeugdwerkloosheid, in plaats van zelfverrijking.

De nieuwe partij spreekt daarbij een duidelijke voorkeur uit voor een ‘basismethode waarin de bevolking zelf kan kiezen’. Dat klinkt als een simpele weergave van het oude idee van de participatieve democratie, waarin de bevolking niet alleen maar wordt gezien als passieve toeschouwers die al hun zaken maar moeten overlaten aan de politieke experts. Het spreekt de moe bezuinigde bevolking kennelijk aan. Zij zien in wiens belang de ‘experts’ momenteel opereren en dat maakt hongerig naar een manier om de zaken in eigen hand te nemen.

  Polarisatie

Spanje kent een broeierig politieke historie vol gepolariseerde strijd. Vanuit een onverwerkt verleden – de dictatuur onder leiding van de fascistische generaal Franco (nog gewoon geëerd in straatnamen en monumenten) – sluimert al geruime tijd een gevoel dat er eindelijk eens korte metten gemaakt moet worden met de onderdrukking van kennis over de wreedheden van dat regime. Doop dat sentiment in de reeks van crises die Spanje momenteel treft, en wellicht wordt het duidelijker waarom radicaal-links haar aantrekkingskracht begint te verzilveren.

Spanje staat er ook niet best voor. Territoriaal staat het land onder grote druk zijn geforceerde, uit Madrid geleide eenheid te bewaren. Baskenland en Catalonië opteren voor afscheiding, pogingen die realistische vormen beginnen aan te nemen. De politiek lijdt aan een baantjescarrousel van políticos(politici, ex-politici en andere partijbonzen) welke het land in een ijzeren wurggreep houdt. Politiek, bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld; zij zijn allen doordrenkt met politieke benoemingen.

Het geloof in de politieke orde verpulvert in rap tempo nu voorvallen van corruptie binnen de politieke sfeer uit alle kieren en gaten van het bestel sijpelen. De Partido Popular en PSOE regeren om de beurt, maar eigenlijk maakt het weinig uit welke partij aan de macht is. Als betrouwbare technische operators van een staat die in een neoliberaal EU-web geweven zit, voeren zij zonder mededogen het ECB-beleid uit ten faveure van de positie van het investeringskapitaal.

Natuurlijk is daar ook de economische crisis, een behoorlijk diep ingrijpende faux-pas van het kapitalistische systeem die maar niet te overwinnen lijkt. Spanje is als land in de ‘periferie’ van de Europese economie hierdoor hard getroffen. De huizenmarkt is finaal ingestort en de werkloosheid, zeker onder jongeren, heeft recordhoogten bereikt. De staatsschulden lieten Spanje bijna in de afgrond tuimelen. Het land was gedwongen de hand op te houden bij het noodfonds van de ECB, met alle gevolgen voor de binnenlandse politiek van dien.

De mensen in de straat lijden. Tegelijkertijd ziet men door een reeks van corruptieschandalen dat de elite druk bezig is geweest haar vermogen naar belastingparadijzen weg te sluizen. Wie daar geen woede van ondervindt, heeft het nog steeds niet begrepen of is op één of andere manier traditioneel gebonden aan de status quo.

  Ja, wij kunnen!

Gezien het voorgaande is het niet zo vreemd dat mensen zich wensen te organiseren rondom veranderingen die eenvoudig uitvoerbaar zijn en tot verlichting van de dagelijkse ellende leiden. De Indignados voerden op 15 mei 2011 (‘15-M‘) en de weken erna al grote demonstraties in het hele land, van Plaza de España in Barcelona tot de straten van het kleinste gehucht. Ook zelfhulpgroepen als de PAH (Platforma de Affectados por la Hipoteca), die strijdt tegen huisuitzettingen, hebben hun stem laten horen en hun actiebereidheid aangetoond. Podemos zou misschien een volgende stap kunnen zijn om de aanstichters van de crisis uit hun ivoren torens te verjagen.

podemos 2

Pablo Iglesias Turrión

Een groep intellectuelen begon in de eerste winterdagen van 2014 de kar te trekken in de richting van een politieke partij. Blikvanger en voorman vanaf het eerste uur is Pablo Iglesias Turrión, als professor in de politicologie verbonden aan de Universiteit van Madrid en presentator van de talkshow La Tuerka. Iglesias onderscheidt zich als een scherp debater, die met heldere taal en eigenzinnigheid de misstanden bloot legt welke door de politieke mastodonten in de Spaanse samenleving veroorzaakt worden. Hij ontmaskert hun dubbelhartige retoriek en schoont de betekenis op van politieke begrippen die zij met hun gekonkel hebben gemanipuleerd en aangetast.

De partij heeft de pragmatische, van orthodox marxisme afgepelde visie op klassenstrijd van Indignados/Occupy overgenomen, het verhaal van de 1 procent tegen de rest (‘Wij zijn de 99 procent!’). Hoewel als analytisch begrip vloeibaar, kan het haast niet duidelijker en rechter voor zijn raap. Het zet de grootste winnaars van de financialisering en neoliberalisering van de politieke economie in een eenvoudige handbeweging tegenover een bevolking die te lijden heeft onder de economische crisis. Dat sluit aan bij de breed gevoelde weerzin onder de massa tegen de corrupte politieke elite, door de aanhangers van Indignados en Podemos la casta genoemd, een kaste die feitelijk beleid bedrijft voor en door de 1 procent.

  Een basismethode

¡Es la hora de la gente! (‘Het is het uur van het volk!’) roept de burger op om haar bestolen volkssoevereiniteit terug te eisen. Door participatie in het politieke proces te verkiezen boven representatie, kan de partij zich als nieuwe politiek presenteren. Grote verhalen ontbreken, theoretische bespiegelingen en bijbehorende karakteristieke linkse symboliek worden bewust gemeden. De vorm is ontdaan van traditionele marxistische terminologie, oud-links jargon en andere prietpraat waar een burger in nood niet op zit te wachten.

Daar is over nagedacht, of beter, daar had de Indignados/Occupy beweging al over nagedacht, om het platform een brede basis te kunnen geven. De beweging, en Podemos in haar slipstream, verspreidt verstandige ideeën en waarden die voor iedereen logisch klinken en eigenlijk als vanzelfsprekend aanvoelen: democratische controle over banken, het terugdraaien van privatiseringen in de belangrijkste sociaal-economische sectoren, einde aan het Europees opgelegde bezuinigingsbeleid en het opstarten van een sociaal huisvestingsprogramma. Democratie, soevereiniteit en gelijkheid zijn waarden die bij de Spanjaard al meer dan honderd jaar diep in de politieke genen zit.

Podemos noemt zichzelf een *methode*, waarbij zij zichzelf voorstelt als een faciliterend vehikel voor burgerparticipatie. Niemand weet immers beter wat er nodig is, wat burgers nodig hebben, dan de burgers zelf. De partij kent drie openingen voor invloed op het programma: men kan op individuele titel deelnemen aan online debat, men kan zich bemoeien met Podemos ‘cirkels’ (geen partij-afdelingen met leden, maar lokale of onderwerp gerichte affiniteitsgroepen die voor iedereen openstaan) en men kan via online-referenda over voorstellen stemmen.

Vier maanden na conceptie van het idee de beweging tegen de traditionele politiek om te zetten in politieke actie, scoorde de partij een onverwacht grote overwinning bij de Europese verkiezingen. Vijf van de 54 zetels die voor Spanje open staan in het Europees parlement worden ingenomen door het paars van Podemos. In opiniepeilingen zijn zij momenteel opgeklommen naar de positie van de op twee na grootste partij van het land. Het succes is even snel als bedreigend voor de gevestigde partijen opgekomen.

  Kritiek en verdachtmakingen

Met dat succes zijn ook de pogingen gestart om Podemos een kopje kleiner te maken. De methoden om de geloofwaardigheid van de partij en haar voorman te vernietigen, komen voor ons niet onbekend voor. De bevolking moet vooral angst worden aangejaagd, waarbij de partij ondertussen beschoten wordt met verdachtmakingen zodat men meer tijd bezig is met haar onschuld te bewijzen dan met het assertief programmapunten naar voren brengen.

De PP staat als rechts-conservatieve partij met haar wortels in het Franquistische verleden uiteraard zeer vijandig ten opzichte van de linkse nieuwkomer, en begon direct vanuit eigen linies de partij te bestoken. Podemos wordt neergezet als een club extreemlinkse subversieven voor wie God noch wet betekenis hebben. Het zijn ‘antidemocraten’ die zich verlaten op het plegen van rellen en dreigen ‘het parlement met geweld over te nemen‘. Ze moeten beoordeeld worden als vijanden van de staat, als landverraders, communisten die van Spanje een dictatuur zoals Cuba of Venezuela wensen te maken.

Of als nazi’s, die vergelijkbaar snel en dreigend opkwamen en als enige doel hebben de PP’ers in het gevang te smijten of zelfs te vermoorden. Er is kennelijk geen vergelijking die niet passend is. Duidelijk is wel dat met name de ultra-rechtse vleugel van de PP erin lijkt te slagen de gematigdere facties bij de anticommunistische angstbezwering te laten aansluiten, en zo de cohesie van de zieltogende partij te versterken.

De PSOE is over het algemeen iets gematigder en heeft een factie in de gelederen die samenwerking wel ziet zitten (de oude marxistische tak, verenigd in Izquierda Socialista, ofwel ‘socialistisch links’). Maar ook vanuit de monden der sociaal democratische partijtijgers vertrekken zo nu en dan aanklachten waarin misbruik van het verleden niet geschuwd wordt. Volgens partijbons Ximo Puig is Iglesias bijvoorbeeld weinig minder dan Gaetano Mosca, de ideoloog van Mussolini’s zwarthemden, die geen serieus te nemen nieuwe ideeën voortbrengt, maar alleen onbehagen oproept en op de representatieve democratie schiet. Wel neemt Ximo Puig diens stemmers serieus. Die zouden uiteraard via een ‘open debat’ de weg naar de PSOE weer moeten terugvinden.

De nieuwe, jonge en frisse partijvoorzitter van de PSOE, Pedro Sánchez, heeft al laten weten onder geen beding te gaan samenwerken met Podemos. Met demagogen en populisten valt niets te beginnen, vindt Sánchez. Bovendien is Podemos een verzameling ‘lege verhalen waar de begrotingen niet mee rond komen’ en een partij die ‘een pad verleggen wil in de richting van chavistisch Venezuela’. Voor de opmerkzame analist past de enorme negatieve aandacht voor de nieuwkomer in de wens van het nieuwe kader de koers van de partij te verleggen naar het centrum, indachtig de manoeuvres van Wim Kok en Tony Blair in de jaren ’90.

podemos 3

  Aanvallen vanuit de gevestigde media

Ook de massamedia laten zich niet onbetuigd. El País, van oorsprong gelieerd aan de PSOE, brak de ban. De krant beschuldigde Podemos ervan zich te hebben laten financieren door de Venezolaanse staat voor een bedrag van 3,7 miljoen euro. Podemos beklaagde zich in een verklaring over dergelijke ‘verraderlijke informatie’, ontkende de beschuldiging en leverde bewijs voor hettegendeel. De partij besloot vanaf dat moment haar hele financiële hebben en houwen te openbaren door de lopende rekening te publiceren op haar website onder de naam ‘Heldere Rekeningen’ (Cuentas claras) Een grote overwinning voor El País: niet de corrupte partijen, maar Podemos werd gedwongen tot transparantie.

El Mundo deed het niet voor minder. Deze landelijke krant, met haar statige conservatieve historie, maakte zich hard voor de verdachtmaking, al opgedoken in kringen van de PP, dat Iglesias het goed voor zouden hebben met de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Dat is dé ultieme zonde in de Spaanse politiek. Podemos reageerde met een openlijke verklaring dat zulk een perfide stroom van insinuaties, verdachtmakingen en beledigingen een teken was dat la casta zich nu echt serieus zorgen begon te maken. Wel werd Iglesias gedwongen in het openbaar afstand te nemen van de ETA.

Ondanks de veelvuldige aanvallen is Podemos erin geslaagd een politiek programma af te leveren. Opvallend hierbij is dat het inderdaad geen expliciet theoretisch kader of vergezicht aanhaalt, zoals je dat wel vaker ziet in partijprogramma’s. Het programma legt veel nadruk op democratisering (referenda, maar ook burger participatie in bestuur van overheidssectoren), anti-fraude maatregelen en intra-Europese samenwerking op fiscaal gebied en corruptiebestrijding.

Zorgen over precaire arbeid worden behandeld, men is voor een 35-urige werkweek en promotie van sociale burgerrechten (recht op gezondheidszorg, huisvesting, transport, educatie, water, gezond voedsel). Belangrijke punten zijn uiteraard dat de partij wil strijden voor het basisinkomen en een sociaal huisvestigingsprogramma, concrete voorstellen voor concrete problemen die onder de getroffen bevolking leven. Zeer interessant is ook het idee voor een democratisch bestuurde Volksbank die vanuit een fonds dat wordt gevuld door de overheid projecten zou moeten financieren voor en door burgers. Wanneer de financiële markten falen, corrupt zijn en alleen grote bedrijven bedienen, dan kun je beter Volksbanken oprichten.

Eigenlijk kan Podemos worden gezien als een radicale democratische beweging die is gegrondvest op de oude waarden uit de Franse revolutie, waarden die door corrupte neoliberale partijen van hun betekenis zijn ontdaan. Op zichzelf is dat niet heel erg vernieuwend, maar het is wel wat de Spaanse bevolking momenteel goed kan gebruiken. De ‘Methode’, de direct democratische wijze waarop de bevolking inbreng heeft in het programma, is overigens wel degelijk vernieuwend. En gold niet datthe medium is the message?

  Het belang van de cirkel

De politiek is eigenlijk dood, zeker in landen onder strenge curatele van de ECB. Podemos heeft er in Spanje weer nieuw leven in geblazen. Of dat een goede zet is geweest, moet nog blijken. Misschien verdient de partijpolitiek het wel volledig te gronde te gaan. In ieder geval geeft de partij de burger weer moed en kracht (Claro que podemos, ‘Natuurlijk kunnen we het!’).

De aanklacht tegen de corrupte kaste van rijken en políticos, de op praktische problemen gerichte politiek en de gedepolitiseerde taal maakt de partij aantrekkelijk onder brede lagen van de bevolking. Dat de partij zou bestaan uit lege populistische kretologie, geen concrete ideeën heeft voor concrete problemen of te vaag is (zoals de kritiek vanuit de gevestigde orde op Occupy en aanverwanten ook altijd luidt), is onterecht.

Mogelijk kan de partij, als brandpunt van organisatie, een belangrijke rol spelen in de buitenparlementaire ruimte. Zo zouden burgerplatforms, onder omstandigheden van toenemende crisis, veel kunnen hebben aan de infrastructuur die de partij op dit moment faciliteert. De cirkels bieden een gelegenheid om naast de gebieden waarin men actief of werkzaam is, samen te komen en met elkaar van gedachten te wisselen over allerlei zaken die de burger treffen. Op die manier kunnen talrijke dwarsverbanden worden gecreëerd, niet per se alleen met linkse organisaties. Er kan ook een coördinatiepunt worden ingericht, voor verzet, alternatieve organisatiemodellen en internationale samenwerking.

Iets dergelijks hebben we inderdaad al eerder gezien. Het is belangrijk dat er geen hiërarchische structuur ontstaat van mantelorganisaties die ondergeschikt zijn aan het partijbelang. Maar de creatie van horizontale samenwerkingsverbanden voor collectieve actie die praktische problemen van burgers aanpakt, lijkt – hoewel vol met kuilen en hobbels – vooralsnog de enige realistische weg naar verbetering.

Dit artikel is een bewerking van de oorspronkelijke versie, eerder gepubliceerd op de website Globalinfo.nl.

 http://www.ravage-webzine.nl/2014/11/01/in-spanje-h...

 

13:57 Gepost door Doornroosje in Actualiteit, politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-08-14

coin of Palestine

"For anyone who wants a simple proof that Palestine existed before 1948, here’s a coin from 1927 worth 10 Mils (this currency is no longer used). Also note that the word “Palestine” is written in both Arabic and Hebrew indicating not only a Jewish presence, but a prominent one. Jews and Arabs DID live side by side in peace. The Zionist idea that they cannot coexist is an absolute fallacy.”

coin of palestine.jpg

10:48 Gepost door Doornroosje in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

de muur/het hek

De muur/het hek, standpunt Amnesty International

Thijs Buelens.

 

Op 8 december 2003 keurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie goed waarin aan het Internationaal Gerechtshof een Advisory Opinion gevraagd werd over de legaliteit van de constructie door Israël van de muur binnen de Bezette Gebieden. Het Hof concludeerde dat de muur een illegale constructie is, omdat hij leidt tot heel wat mensenrechtenschendingen. Israël meent dat het Internationaal Gerechtshof geen jurisdictie heeft over de zaak en dat het gaat om een politieke kwestie.

 

Amnesty International vindt dat de constructie van de muur door Israël binnen de bezette gebieden het internationaal recht schendt en bijdraagt tot ernstige schendingen van de mensenrechten. Bijgevolg is het volgens Amnesty passend dat deze zaak door een rechtbank wordt onderzocht en wij staan dan ook helemaal achter het advies van het Internationaal Gerechtshof.

 

In april 2002 keurde de Israëlische regering het plan goed om een muur te bouwen in bepaalde delen van de Westelijke Jordaanoever. Volgens de Israëlische autoriteiten is de muur “…  a defensive measure, designed to block the passage of terrorists, weapons and explosives into the State of Israel ...” Israël verantwoordt de muur naar buiten toe dus als een antwoord op zelfmoordaanslagen door Palestijnse gewapende groeperingen. Het enige doel van de muur zou het vrijwaren zijn van de veiligheid van Israël.

 

Feit is echter dat het grootste deel van de muur niet gebouwd wordt op de zogenaamde Green Line tussen Israël en de West Bank. Bijna negentig procent van de route van de muur ligt op Palestijns land in de Westelijke Jordaanoever, waardoor de muur Palestijnse dorpen omsingelt, gemeenschappen en families van elkaar scheidt, boeren verhindert hun land te bereiken en Palestijnen niet op hun werkplaats, scholen, ziekenhuizen en andere essentiële diensten geraken.

 

Het Internationaal Gerechtshof brengt in haar advies aan de Algemene Vergadering in herinnering hoe deze Green Line tot stand is gekomen. De vijandelijkheden van 1948-1949 leidden uiteindelijk tot een wapenstilstandslijn tussen de Israëlische en Arabische troepen, die vastgelegd werd in het algemeen wapenstilstandsakkoord van 3 april 1949 tussen Israël en Jordanië. Deze demarcatielijn is beter bekend als de Green Line. Het gebied tussen deze Green Line en de voormalige oostgrens van Palestina, toen het als mandaatgebied was toegekend aan Groot-Brittannië door de Volkenbond, werd in 1967 bezet door Israël tijdens een gewapend conflict tussen Israël en Jordanië (de Zesdaagse Oorlog). Onder internationaal gewoonterecht zijn deze gebieden (met inbegrip van Oost-Jeruzalem) dus bezette gebieden en heeft Israël er de status van bezettingsmacht.

 

De totale lengte van de muur bedraagt 650 kilometer, meer dan het dubbele van de lengte van de Groene Lijn. De muur heeft een gemiddelde breedte van 60 tot 80 meter, inclusief prikkeldraad, grachten en wegen waar tanks kunnen patrouilleren aan beide zijden van de muur. Daarbovenop komen nog additionele bufferzones of no-go areas van een variërende omvang.

 

Momenteel is ongeveer de helft van de muur afgewerkt, voornamelijk in het noorden van de West Bank en rond Jeruzalem. Indien voltooid zal de muur meer dan vijftien percent van de Westelijke Jordaanoever afscheiden van de rest van de West Bank en zullen zo’n 270.000 Palestijnen zich in gesloten militaire gebieden bevinden tussen de muur en de Groene Lijn of in enclaves omcirkeld door de muur. Nog eens 200.000 Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem zullen afgesloten zijn van de Westelijke Jordaanoever.

 

De route van de muur is uitgetekend om een groot aantal Israëlische nederzettingen in de Bezette Gebieden in te sluiten, nederzettingen die gebouwd werden en nog steeds uitgebreid worden, ondanks het feit dat ze volgens het internationaal recht illegaal zijn. Het Internationaal Gerechtshof laat er geen twijfel over bestaan: de bouw van de muur is een poging om territorium te annexeren, in strijd met het internationaal recht en een schending van het wettelijk principe dat het verwerven van territorium via het gebruik van geweld verbiedt. De de facto annexatie van land interfereert met de territoriale soevereiniteit van de Palestijnen en bijgevolg met hun recht op zelfbeschikking. In 2006 verklaarde toenmalig premier Ehud Olmert publiekelijk dat de route van de muur officiële aspiraties reflecteerde voor een toekomstige grens, wat de stelling van het Internationaal Gerechtshof lijkt te staven.

 

Het Hof noteert dat de route van de muur, zoals ze is vastgelegd door de Israëlische overheid, zo is uitgestippeld dat de ‘Closed Area’ (het deel van de West Bank tussen de muur en de Green Line) zo’n tachtig procent van de kolonisten die in de Bezette Palestijnse Gebieden wonen omvat, evenals de overgrote meerderheid van Israëlische nederzettingen in de Bezette Palestijnse Gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem. Israël voert volgens het Hof sinds 1977 een beleid dat de vestiging van nederzettingen in de Bezette Palestijnse Gebieden inhoudt, wat in strijd is met artikel 49, paragraaf 5 van de Conventie van Geneve: “de bezettende macht zal geen deel van de eigen bevolking deporteren of overbrengen naar de gebieden die het bezet houdt”. Het Hof concludeert dat de nederzettingen die in de Bezette Palestijnse Gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, zijn gebouwd, een overtreding inhouden van het internationaal recht.

 

Israël heeft het recht redelijke, noodzakelijke en proportionele maatregelen te treffen om de veiligheid van haar burgers en grenzen te garanderen, inclusief de bouw van een muur om zelfmoordaanslagen op haar grondgebied te verhinderen. Het grootste deel van de muur loopt zoals gezegd echter niet tussen Israël en de Bezette Gebieden maar in de Bezette Gebieden. De bouw van de muur in de Bezette Gebieden houdt een schending in van zowel het Internationaal Humanitair Recht als Internationale mensenrechtenverdragen, waarbij Israël partij is.

 

Het Internationaal Humanitair Recht bepaalt dat Israël, als een bezettende macht de bezette Palestijnse bevolking ten alle tijde op een humane manier moet behandelen. Veiligheidsmaatregelen moeten “noodzakelijk zijn als een gevolg van de oorlog” (artikel 27 van de Vierde Conventie van Geneve). Dit kan niet gezegd worden van de muur. De muur wordt gebouwd ten voordele van onwettige Israëlische burgernederzettingen en gaat ten koste van de Palestijnse bevolking, wiens eigendommen op onwettige wijze vernietigd en toegeëigend worden en wiens rechten geschonden worden, zaken die noch proportioneel noch noodzakelijk zijn.

 

Het verbod op discriminatie is een fundamenteel principe in verschillende verdragen die Israël geratificeerd heeft. In hun huidige vorm zijn de muur en de bijhorende restrictieve maatregelen echter inherent discriminerend. Ze zijn specifiek gericht op Palestijnen, omdat ze Palestijnen zijn, en ze zijn niet proportioneel, omdat ze worden opgelegd aan alle Palestijnen en niet op specifieke individuen, die redelijkerwijs kunnen beschouwd worden als een veiligheidsrisico. De beperkingen op bewegingsvrijheid en de verplichting een vergunning te hebben om te wonen in de enclaves die omcirkeld worden door de muur, gelden enkel voor Palestijnen en niet voor Israëli’s die in deze gebieden leven of er op bezoek komen. Artikel 12 van het ICCPR  garandeert het recht op vrijheid van beweging. Beperkingen op dit recht omwille van veiligheidsoverwegingen zijn toegelaten, maar moeten noodzakelijk, proportioneel en consistent zijn met het respect voor internationaal gegarandeerde mensenrechten, wat hier niet het geval is.

 

Het ICESCR  verplicht Israël ertoe te voorzien in de realisatie van een hele reeks basisrechten, inclusief het recht op werk, op onderwijs, op gezondheid, op een redelijke levensstandaard, op voedsel en op een familieleven. Israël moet zich, naar best vermogen, inspannen om deze rechten te realiseren. De Palestijnse bevolking van de Bezette Gebieden kan echter voor een groot deel niet genieten van deze basisrechten en dit niet omwille van natuurlijke rampen of een gebrek aan overheidscapaciteit. Deze situatie is het directe gevolg van maatregelen, inclusief de bouw van de muur, die door Israël doelbewust genomen werden en worden. Eén van de gevolgen van de muur en andere maatregelen die genomen worden door Israël om de bewegingsvrijheid van Palestijnen te beperken of verhinderen, is de creatie van werkloosheid op grote schaal. Bepaalde Palestijnse gemeenschappen bijvoorbeeld, die zich in de nabijheid van de muur bevinden zijn van exporteurs van voedsel, tot ontvangers van voedselhulp geworden. Het recht op werk is een voorwaarde voor de realisatie van een heleboel andere rechten, zoals het recht op een redelijke levensstandaard. Israël voert dus een beleid dat in tegenspraak is met de principes die ingeschreven staan in het ICESCR.

 

Duizenden Palestijnen die wonen tussen de muur en Israël moeten speciale vergunningen aanvragen om in hun huizen te mogen blijven wonen, om toegang te krijgen tot hun landbouwgrond, om naar hun werk of school te gaan, om medische verzorging te kunnen krijgen of om hun familie en vrienden te bezoeken. Diegenen die erin slagen dergelijke vergunningen te bemachtigen, een tijdrovende en gecompliceerde onderneming, worden echter nog steeds beperkt in hun bewegingsvrijheid. Vergunningen zijn voor vastgestelde periodes, gaande van één dag tot enkele maanden. Andere zijn slechts op bepaalde dagen geldig of op welbepaalde tijdstippen. Bovendien worden de checkpoints soms zonder voorafgaande verwittiging simpelweg gesloten, wegens niet nader bepaalde ‘veiligheidsredenen’.

 

In 2007 werd 'Adel 'Omar, een Palestijn die gewond raakte in een ongeval met een tractor, zo’n zeventig minuten opgehouden aan de Azzun 'Atmah doorgang van de scheidingsmuur. Na het ongeval probeerde zijn familie hem naar het al-Aqsa hospitaal in Qalqiliya te brengen, aan de andere kant van de muur. 'Adel 'Omar was in kritieke toestand en diende zo snel mogelijk medische verzorging te krijgen. De Israëlische soldaten, die door 'Adels familie in het Hebreeuws van de situatie op de hoogte waren gebracht en duidelijk konden zien hoe slecht hij er aan toe was, lieten hem echter niet onmiddellijk door. 'Adel 'Omar overleed uiteindelijk aan zijn verwondingen.

 

Om de muur te kunnen bouwen zijn grote stukken vruchtbaar Palestijns land vernietigt. Het Palestijnse land waarop de muur gebouwd is, is “tijdelijk” opgevorderd door de Israëlische autoriteiten voor “militaire doeleinden”. De opeisingen kunnen echter steeds hernieuwd worden. In werkelijkheid wordt het tijdelijk opgevorderde land gebruikt voor permanente structuren zoals nederzettingen, wegen en dus ook de muur. Het vernietigen van eigendommen door een bezettingsmacht is verboden tenzij de vernietiging absoluut noodzakelijk is voor militaire operaties. Indien dit niet het geval is, is er sprake van een oorlogsmisdaad.

 

Voor honderdduizenden Palestijnen in nabijgelegen dorpen en steden heeft de muur zeer ernstige economische en sociale gevolgen. Het vruchtbare land in de omgeving van de muur kan niet op een degelijke manier gecultiveerd en geëxploiteerd worden, gezien de strenge beperkingen die werden opgelegd aan de inwoners en landbouwers in het gebied. De poorten die landbouwers die autorisatie hebben, toegang geven tot hun land liggen ver uit elkaar en zijn slechts gedurende twee of drie momenten op de dag voor een half uur open. Soldaten die de poorten moeten openen zijn vaak te laat. Bovendien zijn de landbouwers verplicht zich te voet naar hun land te begeven. Tractors worden slechts in uitzonderlijke gevallen toegelaten, men moet er een speciale en bijkomende vergunning voor aanvragen. Het traject van de muur zorgt er ook voor dat heel wat wegen tussen dorpen werden afgesloten, waardoor men zijn toevlucht moet zoeken tot alternatieve routes, die veel meer tijd in beslag nemen. Hierdoor wordt o.a. de handel ontmoedigd. Belangrijke waterbronnen, die essentieel zijn voor de Palestijnse landbouw, bevinden zich ten gevolge van de bouw van de muur, buiten het bereik van de Palestijnen.

 

Itaf Ahmad Sa'id Khaled woont samen met haar echtgenoot en zes kinderen in Jayyus. De familie bezit landbouwgrond ten westen van de muur en heeft dus een vergunning nodig om haar land te kunnen bewerken. Voor 2005 kregen Itaf, haar echtgenoot en drie van haar zoons vergunningen, maar deze werden omwille van ‘veiligheidsredenen’ ingetrokken. Enkel Itaf kreeg nog een vergunning, maar zij kan onmogelijk in haar eentje al het land bewerken. Op deze manier wordt het de familie onmogelijk gemaakt te voorzien in hun levensonderhoud. Spijtig genoeg verkeren vele Palestijnse gezinnen, die voor de bouw van de muur goed rondkwamen, in dezelfde situatie als Itaf en haar familie. De muur vertaalt zich in een aanzienlijke achteruitgang van hun sociaal-economische situatie.

 

Isolatie, huisvernietigingen, landonteigeningen, sociaal-economische achteruitgang en de onmogelijkheid een normaal leven te leiden, zijn dus de praktische gevolgen van de huidige route van de muur.

 

In haar Advisory Opinion komt het Internationaal Gerechtshof dan ook tot de conclusie dat de constructie van de muur door het Israëlische leger in de Westelijke Jordaanoever het internationaal humanitair recht en internationale mensenrechten schendt. Een overweldigende meerderheid van VN lidstaten keurde na het arrest van het Internationaal Gerechtshof resolutie ES-10/15 van de Algemene Vergadering goed, die Israël oproept te handelen in lijn met de opinie van het Hof. Resoluties van de Algemene Vergadering hebben echter geen bindende kracht. Het Hof concludeerde eveneens dat Israël de plicht heeft de schade, veroorzaakt door de muur te vergoeden,. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties richtte in 2006 UNROD in, het VN Schaderegister, om de Palestijnen in de mogelijkheid te stellen schadeclaims in te dienen. Israël gaat echter verder met de bouw van de muur.

 

Amnesty International roept Israël op de bouw van de muur stop te zetten, de reeds gebouwde delen af te breken en te voorzien in een vergoeding voor de geleden schade. De muur/het hek Op 8 december 2003 keurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie goed waarin aan het Internationaal Gerechtshof een Advisory Opinion gevraagd werd over de legaliteit van de constructie door Israël van de muur binnen de Bezette Gebieden. Het Hof concludeerde dat de muur een illegale constructie is, omdat hij leidt tot heel wat mensenrechtenschendingen. Israël meent dat het Internationaal Gerechtshof geen jurisdictie heeft over de zaak en dat het gaat om een politieke kwestie.Amnesty International vindt dat de constructie van de muur door Israël binnen de bezette gebieden het internationaal recht schendt en bijdraagt tot ernstige schendingen van de mensenrechten. Bijgevolg is het volgens Amnesty passend dat deze zaak door een rechtbank wordt onderzocht en wij staan dan ook helemaal achter het advies van het Internationaal Gerechtshof.In april 2002 keurde de Israëlische regering het plan goed om een muur te bouwen in bepaalde delen van de Westelijke Jordaanoever. Volgens de Israëlische autoriteiten is de muur “… a defensive measure, designed to block the passage of terrorists, weapons and explosives into the State of Israel ...” Israël verantwoordt de muur naar buiten toe dus als een antwoord op zelfmoordaanslagen door Palestijnse gewapende groeperingen. Het enige doel van de muur zou het vrijwaren zijn van de veiligheid van Israël.Feit is echter dat het grootste deel van de muur niet gebouwd wordt op de zogenaamde Green Line tussen Israël en de West Bank. Bijna negentig procent van de route van de muur ligt op Palestijns land in de Westelijke Jordaanoever, waardoor de muur Palestijnse dorpen omsingelt, gemeenschappen en families van elkaar scheidt, boeren verhindert hun land te bereiken en Palestijnen niet op hun werkplaats, scholen, ziekenhuizen en andere essentiële diensten geraken. Het Internationaal Gerechtshof brengt in haar advies aan de Algemene Vergadering in herinnering hoe deze Green Line tot stand is gekomen. De vijandelijkheden van 1948-1949 leidden uiteindelijk tot een wapenstilstandslijn tussen de Israëlische en Arabische troepen, die vastgelegd werd in het algemeen wapenstilstandsakkoord van 3 april 1949 tussen Israël en Jordanië. Deze demarcatielijn is beter bekend als de Green Line. Het gebied tussen deze Green Line en de voormalige oostgrens van Palestina, toen het als mandaatgebied was toegekend aan Groot-Brittannië door de Volkenbond, werd in 1967 bezet door Israël tijdens een gewapend conflict tussen Israël en Jordanië (de Zesdaagse Oorlog). Onder internationaal gewoonterecht zijn deze gebieden (met inbegrip van Oost-Jeruzalem) dus bezette gebieden en heeft Israël er de status van bezettingsmacht. De totale lengte van de muur bedraagt 650 kilometer, meer dan het dubbele van de lengte van de Groene Lijn. De muur heeft een gemiddelde breedte van 60 tot 80 meter, inclusief prikkeldraad, grachten en wegen waar tanks kunnen patrouilleren aan beide zijden van de muur. Daarbovenop komen nog additionele bufferzones of no-go areas van een variërende omvang.Momenteel is ongeveer de helft van de muur afgewerkt, voornamelijk in het noorden van de West Bank en rond Jeruzalem. Indien voltooid zal de muur meer dan vijftien percent van de Westelijke Jordaanoever afscheiden van de rest van de West Bank en zullen zo’n 270.000 Palestijnen zich in gesloten militaire gebieden bevinden tussen de muur en de Groene Lijn of in enclaves omcirkeld door de muur. Nog eens 200.000 Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem zullen afgesloten zijn van de Westelijke Jordaanoever.De route van de muur is uitgetekend om een groot aantal Israëlische nederzettingen in de Bezette Gebieden in te sluiten, nederzettingen die gebouwd werden en nog steeds uitgebreid worden, ondanks het feit dat ze volgens het internationaal recht illegaal zijn. Het Internationaal Gerechtshof laat er geen twijfel over bestaan: de bouw van de muur is een poging om territorium te annexeren, in strijd met het internationaal recht en een schending van het wettelijk principe dat het verwerven van territorium via het gebruik van geweld verbiedt. De de facto annexatie van land interfereert met de territoriale soevereiniteit van de Palestijnen en bijgevolg met hun recht op zelfbeschikking. In 2006 verklaarde toenmalig premier Ehud Olmert publiekelijk dat de route van de muur officiële aspiraties reflecteerde voor een toekomstige grens, wat de stelling van het Internationaal Gerechtshof lijkt te staven. Het Hof noteert dat de route van de muur, zoals ze is vastgelegd door de Israëlische overheid, zo is uitgestippeld dat de ‘Closed Area’ (het deel van de West Bank tussen de muur en de Green Line) zo’n tachtig procent van de kolonisten die in de Bezette Palestijnse Gebieden wonen omvat, evenals de overgrote meerderheid van Israëlische nederzettingen in de Bezette Palestijnse Gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem. Israël voert volgens het Hof sinds 1977 een beleid dat de vestiging van nederzettingen in de Bezette Palestijnse Gebieden inhoudt, wat in strijd is met artikel 49, paragraaf 5 van de Conventie van Geneve: “de bezettende macht zal geen deel van de eigen bevolking deporteren of overbrengen naar de gebieden die het bezet houdt”. Het Hof concludeert dat de nederzettingen die in de Bezette Palestijnse Gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, zijn gebouwd, een overtreding inhouden van het internationaal recht.Israël heeft het recht redelijke, noodzakelijke en proportionele maatregelen te treffen om de veiligheid van haar burgers en grenzen te garanderen, inclusief de bouw van een muur om zelfmoordaanslagen op haar grondgebied te verhinderen. Het grootste deel van de muur loopt zoals gezegd echter niet tussen Israël en de Bezette Gebieden maar in de Bezette Gebieden. De bouw van de muur in de Bezette Gebieden houdt een schending in van zowel het Internationaal Humanitair Recht als Internationale mensenrechtenverdragen, waarbij Israël partij is.Het Internationaal Humanitair Recht bepaalt dat Israël, als een bezettende macht de bezette Palestijnse bevolking ten alle tijde op een humane manier moet behandelen. Veiligheidsmaatregelen moeten “noodzakelijk zijn als een gevolg van de oorlog” (artikel 27 van de Vierde Conventie van Geneve). Dit kan niet gezegd worden van de muur. De muur wordt gebouwd ten voordele van onwettige Israëlische burgernederzettingen en gaat ten koste van de Palestijnse bevolking, wiens eigendommen op onwettige wijze vernietigd en toegeëigend worden en wiens rechten geschonden worden, zaken die noch proportioneel noch noodzakelijk zijn.Het verbod op discriminatie is een fundamenteel principe in verschillende verdragen die Israël geratificeerd heeft. In hun huidige vorm zijn de muur en de bijhorende restrictieve maatregelen echter inherent discriminerend. Ze zijn specifiek gericht op Palestijnen, omdat ze Palestijnen zijn, en ze zijn niet proportioneel, omdat ze worden opgelegd aan alle Palestijnen en niet op specifieke individuen, die redelijkerwijs kunnen beschouwd worden als een veiligheidsrisico. De beperkingen op bewegingsvrijheid en de verplichting een vergunning te hebben om te wonen in de enclaves die omcirkeld worden door de muur, gelden enkel voor Palestijnen en niet voor Israëli’s die in deze gebieden leven of er op bezoek komen. Artikel 12 van het ICCPR garandeert het recht op vrijheid van beweging. Beperkingen op dit recht omwille van veiligheidsoverwegingen zijn toegelaten, maar moeten noodzakelijk, proportioneel en consistent zijn met het respect voor internationaal gegarandeerde mensenrechten, wat hier niet het geval is.Het ICESCR verplicht Israël ertoe te voorzien in de realisatie van een hele reeks basisrechten, inclusief het recht op werk, op onderwijs, op gezondheid, op een redelijke levensstandaard, op voedsel en op een familieleven. Israël moet zich, naar best vermogen, inspannen om deze rechten te realiseren. De Palestijnse bevolking van de Bezette Gebieden kan echter voor een groot deel niet genieten van deze basisrechten en dit niet omwille van natuurlijke rampen of een gebrek aan overheidscapaciteit. Deze situatie is het directe gevolg van maatregelen, inclusief de bouw van de muur, die door Israël doelbewust genomen werden en worden. Eén van de gevolgen van de muur en andere maatregelen die genomen worden door Israël om de bewegingsvrijheid van Palestijnen te beperken of verhinderen, is de creatie van werkloosheid op grote schaal. Bepaalde Palestijnse gemeenschappen bijvoorbeeld, die zich in de nabijheid van de muur bevinden zijn van exporteurs van voedsel, tot ontvangers van voedselhulp geworden. Het recht op werk is een voorwaarde voor de realisatie van een heleboel andere rechten, zoals het recht op een redelijke levensstandaard. Israël voert dus een beleid dat in tegenspraak is met de principes die ingeschreven staan in het ICESCR.Duizenden Palestijnen die wonen tussen de muur en Israël moeten speciale vergunningen aanvragen om in hun huizen te mogen blijven wonen, om toegang te krijgen tot hun landbouwgrond, om naar hun werk of school te gaan, om medische verzorging te kunnen krijgen of om hun familie en vrienden te bezoeken. Diegenen die erin slagen dergelijke vergunningen te bemachtigen, een tijdrovende en gecompliceerde onderneming, worden echter nog steeds beperkt in hun bewegingsvrijheid. Vergunningen zijn voor vastgestelde periodes, gaande van één dag tot enkele maanden. Andere zijn slechts op bepaalde dagen geldig of op welbepaalde tijdstippen. Bovendien worden de checkpoints soms zonder voorafgaande verwittiging simpelweg gesloten, wegens niet nader bepaalde ‘veiligheidsredenen’.In 2007 werd 'Adel 'Omar, een Palestijn die gewond raakte in een ongeval met een tractor, zo’n zeventig minuten opgehouden aan de Azzun 'Atmah doorgang van de scheidingsmuur. Na het ongeval probeerde zijn familie hem naar het al-Aqsa hospitaal in Qalqiliya te brengen, aan de andere kant van de muur. 'Adel 'Omar was in kritieke toestand en diende zo snel mogelijk medische verzorging te krijgen. De Israëlische soldaten, die door 'Adels familie in het Hebreeuws van de situatie op de hoogte waren gebracht en duidelijk konden zien hoe slecht hij er aan toe was, lieten hem echter niet onmiddellijk door. 'Adel 'Omar overleed uiteindelijk aan zijn verwondingen.Om de muur te kunnen bouwen zijn grote stukken vruchtbaar Palestijns land vernietigt. Het Palestijnse land waarop de muur gebouwd is, is “tijdelijk” opgevorderd door de Israëlische autoriteiten voor “militaire doeleinden”. De opeisingen kunnen echter steeds hernieuwd worden. In werkelijkheid wordt het tijdelijk opgevorderde land gebruikt voor permanente structuren zoals nederzettingen, wegen en dus ook de muur. Het vernietigen van eigendommen door een bezettingsmacht is verboden tenzij de vernietiging absoluut noodzakelijk is voor militaire operaties. Indien dit niet het geval is, is er sprake van een oorlogsmisdaad.Voor honderdduizenden Palestijnen in nabijgelegen dorpen en steden heeft de muur zeer ernstige economische en sociale gevolgen. Het vruchtbare land in de omgeving van de muur kan niet op een degelijke manier gecultiveerd en geëxploiteerd worden, gezien de strenge beperkingen die werden opgelegd aan de inwoners en landbouwers in het gebied. De poorten die landbouwers die autorisatie hebben, toegang geven tot hun land liggen ver uit elkaar en zijn slechts gedurende twee of drie momenten op de dag voor een half uur open. Soldaten die de poorten moeten openen zijn vaak te laat. Bovendien zijn de landbouwers verplicht zich te voet naar hun land te begeven. Tractors worden slechts in uitzonderlijke gevallen toegelaten, men moet er een speciale en bijkomende vergunning voor aanvragen. Het traject van de muur zorgt er ook voor dat heel wat wegen tussen dorpen werden afgesloten, waardoor men zijn toevlucht moet zoeken tot alternatieve routes, die veel meer tijd in beslag nemen. Hierdoor wordt o.a. de handel ontmoedigd. Belangrijke waterbronnen, die essentieel zijn voor de Palestijnse landbouw, bevinden zich ten gevolge van de bouw van de muur, buiten het bereik van de Palestijnen.Itaf Ahmad Sa'id Khaled woont samen met haar echtgenoot en zes kinderen in Jayyus. De familie bezit landbouwgrond ten westen van de muur en heeft dus een vergunning nodig om haar land te kunnen bewerken. Voor 2005 kregen Itaf, haar echtgenoot en drie van haar zoons vergunningen, maar deze werden omwille van ‘veiligheidsredenen’ ingetrokken. Enkel Itaf kreeg nog een vergunning, maar zij kan onmogelijk in haar eentje al het land bewerken. Op deze manier wordt het de familie onmogelijk gemaakt te voorzien in hun levensonderhoud. Spijtig genoeg verkeren vele Palestijnse gezinnen, die voor de bouw van de muur goed rondkwamen, in dezelfde situatie als Itaf en haar familie. De muur vertaalt zich in een aanzienlijke achteruitgang van hun sociaal-economische situatie.Isolatie, huisvernietigingen, landonteigeningen, sociaal-economische achteruitgang en de onmogelijkheid een normaal leven te leiden, zijn dus de praktische gevolgen van de huidige route van de muur.In haar Advisory Opinion komt het Internationaal Gerechtshof dan ook tot de conclusie dat de constructie van de muur door het Israëlische leger in de Westelijke Jordaanoever het internationaal humanitair recht en internationale mensenrechten schendt. Een overweldigende meerderheid van VN lidstaten keurde na het arrest van het Internationaal Gerechtshof resolutie ES-10/15 van de Algemene Vergadering goed, die Israël oproept te handelen in lijn met de opinie van het Hof. Resoluties van de Algemene Vergadering hebben echter geen bindende kracht. Het Hof concludeerde eveneens dat Israël de plicht heeft de schade, veroorzaakt door de muur te vergoeden,. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties richtte in 2006 UNROD in, het VN Schaderegister, om de Palestijnen in de mogelijkheid te stellen schadeclaims in te dienen. Israël gaat echter verder met de bouw van de muur.Amnesty International roept Israël op de bouw van de muur stop te zetten, de reeds gebouwde delen af te breken en te voorzien in een vergoeding voor de geleden schade.

08:02 Gepost door Doornroosje in Actualiteit, Liefde | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-08-14

veel joden gaan niet akkoord met wat Israel doet.

Israel has broken my heart: I’m a rabbi in mourning for a Judaism being murdered by Israel

I’ve always been proud of Israel, but the brutal Gaza assault requires Jews worldwide to be honest, not nationalist

Michael Lerner

My heart is broken as I witness the suffering of the Palestinian people and the seeming indifference of Israelis. All my life I’ve been a champion of Israel, proud of its many accomplishments in science and technology that have benefited the world, insistent on the continuing need for the Jewish people to have a state that offers protections from anti-Semitism that has reared its head continuously throughout Christian and Islamic societies, willing to send my only child to serve in the Israeli Army (the paratroopers unit-tzanchanim), and enjoying the pleasures of long swaths of time in which I could study in Jerusalem and celebrate Shabbat in a city that weekly closed down the hustle and bustle of the capitalist marketplace for a full 25 hours. And though as editor of Tikkun I printed articles challenging the official story of how Israel came to be, showing its role in forcibly ejecting tens of thousands of Palestinians in 1948 and allowing Jewish terrorist groups under the leadership of (future Israeli Prime Ministers Menachem Begin and Yitzhak Shamir) to create justified fears that led hundreds of thousands of other Palestinians to flee for their lives, I always told myself that the dominant humanity of the Jewish people and the compassionate strain within Torah would reassert itself once Israel felt secure.

That belief began to wane in the past eight years when Israel, faced with a Palestinian Authority that promoted nonviolence and sought reconciliation and peace, ignored the Saudi Arabian-led peace initiative that would have granted Israel the recognition that it had long sought, an end to hostilities, and a recognized place in the Middle East, refused to stop its expansion of settlements in the West Bank and imposed an economically crushing blockade on Gaza. Even Hamas, whose hateful charter called for Israel’s destruction, had decided to accept the reality of Israel’s existence, and while unable to embrace its “right” to exist, nevertheless agreed to reconcile with the Palestinian Authority and in that context live within the terms that the PA would negotiate with Israel.

Yet far from embracing this new possibility for peace, the Israeli government used that as its reason to break off the peace negotiations, and then, in an unbelievably cynical move, let the brutal and disgusting kidnapping and murder of three Israeli teens (by a rogue element in Hamas that itself was trying to undermine the reconciliation-with-Israel factions of Hamas by creating new fears in Israel) become the pretext for a wild assault on West Bank civilians, arresting hundreds of Hamas sympathizers, and escalating drone attacks on Hamas operatives inside Gaza. When Hamas responded by starting to send its (guaranteed to be ineffective and hence merely symbolic in light of Israel’s Iron Shield) missiles toward civilian targets in Israel, the Netanyahu government used that as its excuse to launch a brutal assault on Gaza.

But it is the brutality of that assault that finally has broken me into tears and heartbreak. While claiming that it is only interested in uprooting tunnels that could be used to attack Israel, the IDF has engaged in the same criminal behavior that the world condemns in other struggles: the intentional targeting of civilians (the same crime that Hamas has been engaged in over the years, which correctly has earned it the label as a terrorist organization). Using the excuse that Hamas is using civilians as “human shields” and placing its war material in civilian apartments, Israel has managed to kill more than 1,000 civilians and wounded thousands.  The stories that have emerged from eyewitness accounts of hundreds of children being killed by Israel’s indiscriminate destructiveness, the shelling of United Nations schools and public hospitals, and finally the destruction of Gaza’s water and electricity, guaranteeing deaths from typhoid and other diseases as well as widespread hunger among the million and a half Gazans most of whom have had nothing to do with Hamas, highlights to the world an Israel that is rivaling some of the most oppressive and brutal regimes in the contemporary world.

In my book “Embracing Israel/Palestine” I have argued that both Israelis and Palestinians are victims of post-traumatic stress disorder. I have a great deal of compassion for both peoples, particularly for my own Jewish people who have gone through traumas that have inevitably distorted future generations. Those traumas don’t exonerate Israel’s behavior or that of Hamas, but they are relevant for those of us seeking a path to social healing and transformation.

Yet that healing is impossible until those who are victims of PTSD are willing to work on overcoming it.

And this is precisely where the American Jewish community and Jews around the world have taken a turn that is disastrous, by turning the Israeli nation state into “the Jewish state” and making Israel into an idol to be worshiped rather than a political entity like any other political entity, with strengths and deep flaws. Despairing of spiritual salvation after God failed to show up and save us from the Holocaust, increasing numbers of Jews have abandoned the religion of compassion and identification with the most oppressed that was championed by our biblical prophets, and instead come to worship power and to rejoice in Israel’s ability to become the most militarily powerful state in the Middle East. If a Jew today goes into any synagogue in the U.S. or around the world and says, “I don’t believe in God or Torah and I don’t follow the commandments,” most will still welcome you in and urge you to become involved. But say, “I don’t support the State of Israel,” and you are likely to be labeled a “self-hating Jew” or anti-Semite, scorned and dismissed. As Aaron said of the Golden Calf in the Desert, “These are your Gods, O Israel.”

The worship of the state makes it necessary for Jews to turn Judaism into an auxiliary of ultra-nationalist blindness. Every act of the State of Israel against the Palestinian people is seen as sanctioned by God. Each Sabbath Jews in synagogues around the world are offered prayers for the well-being of the State of Israel but not for our Arab cousins.  The very suggestion that we should be praying for the Palestinian people’s welfare is seen as heresy and proof of being “self-hating Jews.”

The worship of power is precisely what Judaism came into being to challenge. We were the slaves, the powerless, and though the Torah talks of God using a strong arm to redeem the Israelites from Egyptian slavery, it simultaneously insists, over and over again, that when Jews go into their promised land in Canaan (not Palestine) they must “love the stranger/the Other,” have one law for the stranger and for the native born, and warns “do not oppress the stranger/the Other.” Remember, Torah reminds us, “that you were strangers/the Other in the land of Egypt” and “you know the heart of the stranger.”  Later sources in Judaism even insist that a person without compassion who claims to be Jewish cannot be considered Jewish. A spirit of generosity is so integral to Torah consciousness that when Jews are told to let the land lie fallow once every seven years (the societal-wide Sabbatical Year), they must allow that which grows spontaneously from past plantings be shared with the Other/the stranger.

The Jews are not unique in this. The basic reality is that most of humanity has always heard a voice inside themselves telling them that the best path to security and safety is to love others and show generosity, and a counter voice that tells us that the only path to security is domination and control over others. This struggle between the voice of fear and the voice of love, the voice of domination/power-over and the voice of compassion, empathy and generosity, have played out throughout history and shape contemporary political debates around the world. Because almost every single one of us hears both voices, we are often torn between them, oscillating in our communal policies and our personal behavior between these two worldviews and ways of engaging others. As the competitive and me-first ethos of the capitalist marketplace has grown increasingly powerful and  increasingly reflected in the culture and worldviews of the contemporary era, more and more people bring the worldview of fear, domination and manipulation of others into personal lives, teaching people that the rationality of the marketplace with its injunction to see other human beings primarily in terms of how they can serve our own needs and as instrumental for our own purposes, rather than as being deserving of care and respect just for who they are and not for what they can deliver for us, this ethos has weakened friendships and created the instability in family life that the right has so effectively manipulated (a theme I develop most fully in reporting in my book “The Left Hand of God: Taking Back Our Country From the Religious Right” on my years as a psychotherapist and principal investigator of an NIMH study of stress and the psychodynamics of daily life in Western societies).

No wonder that Jews and Judaism have had these conflicting streams within our religion as well. In the 2,000 years of relative powerlessness when Jews were the oppressed minorities of the Western and Islamic societies, the validation of images of a powerful God who could fight for the oppressed Jews was a powerful psychological boon to offset the potential internalizing of the demonization that we faced from the majority cultures. But now when Jews enjoy military power in Israel and economic and political power in the U.S. and to some extent in many other Western societies, one would have expected that the theme of love and generosity, always a major voice even in a Jewish people that were being brutalized, would now emerge as the dominant theme of the Judaism of the 21st  century.

No wonder, then, that I’m heartbroken to see the Judaism of love and compassion being dismissed as “unrealistic” by so many of my fellow Jews and fellow rabbis. Wasn’t the central message of Torah that the world was ruled by a force that made possible the transformation from “that which is” to “that which can and should be” and wasn’t our task to teach the world that nothing was fixed, that even the mountains could skip like young rams and the seas could flee from before the triumph of justice in the world? Instead of this hopeful message, too many of the rabbis and rabbinical institutions are preaching a Judaism that hopes more in the Israeli army than in the capacity of human beings (including Palestinians), all created in the image of God and hence capable of transformation, to once again become embodiments of love and generosity.  They scoff at the possibility that we at Tikkun and our Network of Spiritual Progressives have been preaching (not only for the Middle East, but for the U.S. as well) that if we act from a loving and generous place, that the icebergs of anger and hate (some of which our behavior helped to create) can melt away and people’s hearts can once again turn toward love and justice for all. In an America that at this very moment has its president calling for sending tens of thousands of children refugees back to the countries they risked their lives to escape, in an America that refused to provide Medicare for All, in an America that serves the interests of its richest 1 percent while largely ignoring the needs of its large working middle class, these ideas may sound naively utopian. But for Judaism, belief in God was precisely a belief that love and justice could and should prevail, and that our task is to embody that message in our communities and promote that message to the world.

It is this love, compassion, justice and peace-oriented Judaism that the State of Israel is murdering. The worshipers of Israel have fallen into a deep cynicism about the possibility of the world that the prophets called for in which nations shall not lift up the sword against each other and they will no longer learn war, and everyone will live in peace. True, that world is not already here, but the Jewish people’s task was to teach people that this world could be brought into being, and that each step we take is either a step toward that world or a step away from it. The Israel worshipers are running away from the world, making it far less possible, and then call their behavior Judaism and Israel “the Jewish state.”

No wonder, then, that I mourn for the Judaism of love and kindness, peace and generosity that Israel worshipers dismiss as utopian fantasy.  To my fellow Jews, I issue the following invitation: use Tisha B’av (the traditional fast-day mourning the destruction of Jewish life in the past, and starting Monday night Aug. 4 till dark Aug. 5) to mourn for the Judaism of love and generosity that is being murdered by Israel and its worshipers around the world, the same kind of idol-worshipers who, pretending to be Jewish but actually assimilated into the world of power, helped destroy our previous two Jewish commonwealths and our temples of the past. We may have to renew our Judaism by creating a Liberatory, Emancipatory, Transformative Love-Oriented Judaism outside the synagogues and traditional institutions, because inside the existing Jewish community the best we can do is repeat what the Jewish exiles in Babylonia said in Psalm 137, “How can we sing the songs of the Transformative Power YHVH in a strange land?” And let us this year turn Yom Kippur into a time of repentance for the sins of our people who have given Israel a blank check and full permission to be brutal in the name of Judaism and the Jewish people (even as we celebrate those Jews with the courage to publicly critique Israel in a loving but stern way).

For our non-Jewish allies, the following plea: Do not let the organized Jewish community intimidate you with charges that any criticism of Israel’s brutality toward the Palestinian people proves that you are anti-Semites. Stop allowing your very justified guilt at the history of oppression your ancestors enacted on Jews to be the reason you fail to speak out vigorously against the current immoral policies of the State of Israel. The way to become real friends of the Jewish people is to side with those Jews who are trying to get Israel back on track toward its highest values, knowing full well that there is no future for a Jewish state surrounded by a billion Muslims except through friendship and cooperation. The temporary alliance of brutal dictatorships in Egypt, Saudi Arabia, Jordan and various Arab emirates that give Israel support against Hamas will ultimately collapse, but the memory of humiliation at the hands of the State of Israel will not, and Israel’s current policies will endanger Jews both in the Middle East and around the world for many decades after the people of Israel have regained their senses. Real friends don’t let their friends pursue a self-destructive path, so it’s time for you too to speak up and to support those of us in the Jewish world who are champions of peace and justice, and who will not be silent in the face of the destruction of Judaism.

And that gets to my last point. Younger Jews, like many of their non-Jewish peers, are becoming increasingly alienated from Israel and from the Judaism that too many Jews claim to be the foundation of this supposedly Jewish state. They see Israel as what Judaism is in practice, not knowing how very opposite its policies are to the traditional worldviews most Jews have embraced through the years. It is these coming generations of young people whose parents claimed to be Jewish but celebrated the power of the current State of Israel and never bothered to critique it when it was acting immorally, as it is today in Gaza, who will leave Judaism in droves, making it all the more the province of the Israel-worshipers with their persistent denial of the God of love and justice and their embrace of a God of vengeance and hate.  I won’t blame them for that choice, but I wish they knew that there is a different strand of Judaism that has been the major strand for much of Jewish history, and that it needs their active engagement in order to reestablish it as the 21st century continuation of the Jewish tradition. That I have to go to non-Jewish sources to seek to have this message printed is a further testimony to how much there is to mourn over the dying body of the Judaism of love, pleading for Jews who privately feel the way I do to come out of their closets and help us rebuild the Jewish world in which the tikkun (healing and transformation) needed becomes the first agenda item.

Above all else, I grieve for all the unnecessary suffering on this planet, including the Israeli victims of terrorism, the Palestinian victims of Israeli terror and repression, the victims of America’s misguided wars from Vietnam through Afghanistan and Iraq and the apparently endless war on terrorism, the victims of so many other struggles around the world, and the less visible but real victims of a global capitalist order in which according to the U.N. some 8,000-10,000 children under the age of 5 die every day from malnutrition or diseases related to malnutrition.  And yet I affirm that there is still the possibility of a different kind of world, if only enough of us would believe in it and then work together to create it.

http://jfjfp.com/?p=63391

 

10501914_10201730324094324_812636149806132818_n.jpg    

10568941_10204505708666795_2689721149802358868_n.jpg

 

09:40 Gepost door Doornroosje in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |